Sunbeam is een van de langstzittende namen in de Britse automobielgeschiedenis. Van de vroegste pioniersjaren rond 1900 tot de sportwagens van de jaren zestig doorliep het merk een lange en gevarieerde carrière. Sunbeam was nooit het grootste merk op de Britse markt, maar trok wel consequent de aandacht met sportieve modellen en successen in de motorsport. Dat de naam uiteindelijk verdween als gevolg van fusies en bedrijfsovernames, doet niets af aan de erfenis die het merk naliet.
Oorsprong en vroege geschiedenis
De naam Sunbeam duikt voor het eerst op in de fietsenbranche: John Marston richtte in 1887 de Sunbeamcycle Company op in Wolverhampton. De stap naar auto’s werd gezet aan het begin van de twintigste eeuw. In 1899 produceerde de Sunbeam Motor Car Company haar eerste automobiel, aanvankelijk gebaseerd op een Frans Léon Bollée-ontwerp. Al snel ontwikkelde het merk eigen constructies.
In de vroege jaren twintig werd Sunbeam onderdeel van het STD-concern (Sunbeam-Talbot-Darracq). Dit leidde tot intensieve activiteit in de racerij: Sunbeam-racewagens braken meerdere grondsnelheidsrecords en behaalden grand prix-overwinningen. Malcolm Campbell reed in een Sunbeam zijn snelheidsrecords op het strand van Daytona.
De interbellumperiode en naoorlogse overgangen
In 1935 ging het STD-concern failliet. De Sunbeam-divisie werd overgenomen door de Rootes Group, die het merk koppelde aan het eveneens overgenomen Talbot. Voortaan heette het gecombineerde merk Sunbeam-Talbot. In de directe naoorlogse jaren bracht Rootes de Sunbeam-Talbot 80 en 90 — respectievelijk de instapversie en de sportieve uitvoering — op de markt. Deze modellen waren populair in de rallysport: de Sunbeam-Talbot 90 behaalde meerdere successen in de Alpine Rally.
Modellenoverzicht
Sunbeam-Talbot 80 en 90 (1948–1957)
De 80 had een 1,2-liter motor en was de meer bescheiden variant; de 90 werd uitgerust met een 1,5-liter (later 2,3-liter) motor en had aanzienlijk meer sportief karakter. De 90 werd in 1953 omgedoopt tot simpelweg Sunbeam 90 en was een van de eerste naoorlogse Britse auto’s met aanmerkelijke rallyreputatie.
Sunbeam Rapier (1955–1976)
De Rapier was een elegante tweedeurscoupé die vanaf 1955 in vijf series werd geproduceerd. Series I tot III hadden koetswerken van de leverancier Thrupp & Maberly; de latere Series IV en V kregen een modernere carrosserie. De Rapier was sportiever dan de gemiddelde gezinsauto, met een 1,5-liter (later 1,7-liter) motor en een handgeschakelde versnellingsbak met overdrive. In 1976 werd de productie stopgezet na meer dan twintig jaar.
Sunbeam Alpine (1959–1968)
De Alpine is wellicht het bekendste Sunbeam-model. De tweezitter roadster werd gebouwd op het platform van de Hillman Husky en had de mechanische onderdelen van de Sunbeam Rapier. In vijf series (I tot V) evoluerden de Alpine’s van een 1,5-liter naar een 1,7-liter motor. De Alpine I en II zijn het meest geliefd bij verzamelaars; de latere series hadden een minder elegante staartvijver. De Alpine I trad op als filmklassieke auto in de eerste James Bond-film Dr. No uit 1962.
Sunbeam Tiger (1964–1967)
De Tiger was een gemodificeerde Alpine waarin een Ford V8-motor van 4,3 liter was geplaatst — een concept vergelijkbaar met de Shelby Cobra. Het resultaat was een radicaal krachtigere auto: van 80 pk naar ruim 160 pk in een lichtgewicht open sportswagen. De Tiger werd in twee series geproduceerd; de Mark II had een grotere 4,7-liter V8. Slechts circa 7.000 Tigers zijn gebouwd, wat ze tot gewilde verzamelaarsauto’s maakt.
Sunbeam Imp Sport en Stiletto (1963–1976)
Op basis van het Hillman Imp-platform bouwde Sunbeam ook compactere sportieven. De Imp Sport had een carburateur-afgestemde versie van de 875 cc aluminium Coventry Climax-motor. De Stiletto was een koetswerkvariante met een iets luxueuzer interieur en fastback stijl.
Erfenis en collectorswaarde
Sunbeam verdween in de jaren zeventig definitief als zelfstandig merk nadat Chrysler de Rootes Group had overgenomen. De naam Sunbeam werd in 1977 nog eenmaal gebruikt voor de Chrysler Sunbeam — een compacte hatchback zonder enige link met de sportieve traditie — maar dat was een merkloze erfenis. In 1982 verdween ook die variant.
De klassieke Sunbeam Alpine en Tiger zijn vandaag de dag actieve verzamelaarsauto’s. Er bestaan actieve eigenaarsclubs in het Verenigd Koninkrijk en de VS, waar de Tiger door zijn V8-motorisering een bijzondere schare liefhebbers heeft.
Veelgestelde vragen over Sunbeam
Is de Sunbeam Alpine hetzelfde als de Tiger?
Nee, hoewel ze hetzelfde basiskoetswerk delen. De Alpine had een viercilinder motor van 1,5 of 1,7 liter; de Tiger werd uitgerust met een Ford V8 van 4,3 of 4,7 liter. De Tiger is daarmee aanzienlijk krachtiger en zeldzamer.
Welke Sunbeam is te zien in Dr. No?
In de James Bond-film Dr. No (1962) rijdt Sylvia Trench in een Sunbeam Alpine Series II. Het is een van de bekendste verschijningen van het merk in de populaire cultuur.
Waar werden Sunbeam-auto’s geproduceerd?
De vroegste Sunbeams werden gemaakt in Wolverhampton. Na de overname door Rootes verschoof de productie naar de Ryton-fabriek bij Coventry, een van de centrale fabriekslocaties van de Rootes Group.
Hoeveel Sunbeam Tigers zijn er gebouwd?
Er zijn in totaal circa 7.085 Sunbeam Tigers gebouwd, waarvan de meerderheid naar de VS werd geëxporteerd. Minder dan 600 Tiger Mark II’s werden geproduceerd, wat die nog zeldzamer maakt.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










