BMW Geschiedenis: Van vliegmotoren tot iconische auto’s

Timo van Loon

Geupdate op:

BMW E30 3-serie sedan klassiek
Je leest dit artikel in 3 minuten

Oprichting in 1916: vliegmotoren als startpunt

Bayerische Motoren Werke AG, beter bekend als BMW, werd op 7 maart 1916 opgericht in München. De wortels van het bedrijf liggen echter eerder, bij de Rapp Motorenwerke GmbH die in 1913 werd gesticht door Karl Rapp. BMW zelf ontstond uit de fusie van Rapp Motorenwerke met Bayerische Flugzeugwerke en groeide snel uit tot een belangrijke leverancier van vliegtuigmotoren voor het keizerlijke Duitse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het ronde BMW-logo is een directe verwijzing naar deze oorsprong: de blauwe en witte segmenten stellen een draaiende propeller voor tegen een blauwe hemel. Na de oorlog verbood het Verdrag van Versailles BMW om vliegtuigmotoren te produceren, wat het bedrijf noopte tot diversificatie. BMW stapte over op motorfietsproductie en uiteindelijk op automobielproductie.

De eerste BMW-auto: de Dixi

In 1928 kocht BMW het bedrijf Fahrzeugfabrik Eisenach en daarmee de productierechten voor de Dixi, een kleine auto onder licentie van de Britse Austin Seven. De eerste auto die officieel als BMW op de markt verscheen was de BMW 3/15, een compacte tweedeurs sedanette die sterk leek op zijn Britse voorganger. Dit bescheiden begin gaf BMW de productiebasis en klantenkring die nodig waren voor verdere groei.

In de vroege jaren dertig introduceerde BMW zijn eerste volledig eigen ontwerpen. De BMW 303 (1933) was de eerste auto met de karakteristieke dubbele niergrille, een designelement dat sindsdien het merk definieert. De 303 had ook een zescilinder lijnmotor, het type dat BMW decennialang zou vervolmaken.

Vooroorlogse sportklassiekers: de 328

De BMW 328, geïntroduceerd in 1936, is een van de meest bewonderde vooroorlogse sportwagens ter wereld. Met zijn 2,0-liter zescilinder motor van 80 pk (indrukwekkend voor die tijd), zijn aerodynamisch gestroomlijnde roadster-carrosserie en zijn uitzonderlijke rijgedrag was de 328 een winnaar op circuits door heel Europa. De auto behaalde in 1938 de klasse-overwinning bij de Mille Miglia en legde een eerste steen voor de latere BMW-sporterfenis.

Naoorlogse wederopbouw en de Isetta

Na de Tweede Wereldoorlog lagen de BMW-fabrieken in puin of waren ze door de geallieerden bezet. BMW begon voorzichtig met de productie van potten, pannen en andere gebruiksartikelen voordat het in de late jaren veertig terugkeerde naar motorfietsen. De BMW R24 was in 1948 de eerste naoorlogse BMW-motorfiets.

Het financieel herstel verliep moeizaam. In 1955 introduceerde BMW de Isetta, een microcar met een frontdeur die open sloeg inclusief het stuur. De Isetta was goedkoop, zuinig en – in een Europa dat zich nog herstelde van de oorlog – een grote verkoopsucces. Meer dan 160.000 Isetta’s werden gebouwd, wat BMW de financiële adem gaf om verder te ontwikkelen.

De nieuwe klasse: BMW vindt zijn identiteit

De echte doorbraak van het moderne BMW-merk kwam in 1962 met de Nieuwe Klasse, een reeks compacte sedans die de essentie van het moderne BMW-concept definieerde: sportief rijden in een praktisch pakket. De 1500, 1600, 1800 en 2000 waren auto’s die precies het gat opvulden tussen goedkope volksauto’s en luxe limousines.

Op basis van de Nieuwe Klasse bracht BMW in 1966 de BMW 02-serie uit, die culmineerde in de iconische 2002 Turbo (1973). De 2002 Turbo was de eerste turbogecargde personenwagen uit Europa, met een 2,0-liter motor goed voor 170 pk. Hij was te krachtig voor zijn remmen en te ruig voor normaal gebruik, maar hij vestigde BMW definitief als merk voor rijdersauto’s.

De 3-serie, 5-serie en 7-serie: BMW’s kerngamma

In 1975 introduceerde BMW de E21, de eerste van de BMW 3-serie. Deze auto, en de generaties die volgden (E30, E36, E46, E90, F30, G20), vormen de ruggengraat van BMW’s commercieel succes. De 3-serie is decennialang de bestseller van het segment geweest en stelde de norm voor rijdynamiek in de middenklasse.

De 5-serie (1972-heden) bedient het hogere middensegment, de 7-serie (1977-heden) het luxe-segment. Samen met de compacte 1-serie en de sportwagens van de M-divisie vormen deze modellen het fundament van een van de sterkste automobielmerk-portfolios ter wereld.

BMW M: de sportieve divisie

BMW M GmbH, de sportdivisie van BMW, is verantwoordelijk voor een van de meest bewonderde reeksen rijdersauto’s in de markt. De eerste M-auto was de BMW M1 (1978-1981), een middenmotor supercar ontworpen door Giugiaro. Daarna volgden de M3 (1986), een racesucces op circuit en street level, en de M5 (1984), de meest begeerde sportieve limousine van zijn generatie.

Vandaag de dag biedt BMW M modellen aan van de M2 tot de M8, plus de XM als luxe-sport-SUV. De M-divisie is een winstgevend en voor de merkidentiteit essentieel onderdeel van het BMW-concern.

Elektrisch: de i-serie en de toekomst

In 2013 introduceerde BMW de i3, een volledig elektrische stadsauto met een carbonvezel-carrosserie. Een jaar later volgde de i8, een plug-in hybride sportwagen. BMW positioneerde de i-subbrand als zijn antwoord op de elektrische toekomst, met duurzaamheid als kernboodschap.

De huidige BMW i-serie omvat de iX, iX1, iX3, i4 en i7, volledig elektrische voertuigen die de gehele BMW-productlijn doorkruisen van compacte SUV tot grote limousine. BMW heeft zich gecommitteerd aan een grotendeels elektrisch gamma voor 2030, al handhaaft het ook zijn benzine- en hybride-opties voor markten waar de infrastructuur voor EV’s nog onvoldoende is.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.


Geef een reactie