Het Borgward-concern: vier merken, één visie
Borgward was geen enkel merk maar een concern dat in de jaren vijftig meerdere merken tegelijkertijd op de markt bracht voor verschillende doelgroepen. Carl Borgward had hiermee een verticale strategie: van de goedkoopste microcar tot een representatieve grote sedan bood het concern iets voor iedere portemonnee. De vier merken — Borgward, Hansa, Lloyd en Goliath — deelden fabrieksruimte in Bremen maar hadden elk een eigen identiteit.
Dit artikel richt zich op het overzicht van de modellen die onder de vier merken zijn geproduceerd, met nadruk op de bekendste en meest invloedrijke auto’s uit het gamma.
Borgward (merk): de premium lijn
Het merk Borgward zelf was gereserveerd voor de hogere modellen. De belangrijkste Borgward-modellen waren:
Borgward Isabella (1954-1961): Het kroonjuweel van het concern. Een tweedeurs sedan en cabriolet met een 1493 cc of 1897 cc viercilinder. De Isabella TS (Touring Sport) had een carburateur-set-up met meer vermogen en was aanmerkelijk sportiever. De carrosserie had een moderne, Italiaans geïnspireerde lijn die decennia lang bewonderd is. Totaalproductie: circa 202.000 stuks.
Borgward P100 (1959-1961): Een grote zescilinder sedan met automatische niveauregeling van de vering, vergelijkbaar met het Citroën-systeem. Dit was een technologisch ambitieus model dat commercieel helaas niet succesvol werd omdat de productie door het faillissement eindigde.
Borgward Hansa 1500/1800/2400: De middenklasse-sedans die Borgward in de vroege jaren vijftig produceerde. De Hansa 2400 had een zes-in-lijn motor en was de representatieve auto van het concern voor de rijkere klant.
Lloyd: de microcar voor het volk
Lloyd was Borgward’s antwoord op de vraag naar goedkope mobiliteit in het naoorlogse Duitsland. De eerste Lloyd-modellen waren extreem bescheiden:
Lloyd LP300 (1950-1951): Een microcar met een tweecilinder tweetaktmotor van 293 cc. Het rijwerkkoetswerk was van kunstleer over een houten frame — wat de auto al snel de bijnaam ‘Leukoplastbomber’ opleverde (naar het pleistermateriaal Leukoplast). Het was goedkoop maar heeft zijn reputatie voor betrouwbaarheid niet altijd waargemaakt.
Lloyd LP400 (1953-1957): Een verbetering met een iets grotere motor. De carrosserie was nu volledig van staal, wat een grote stap voorwaarts betekende qua degelijkheid.
Lloyd Alexander (1958-1961): Het meest gepolijste Lloyd-model, met een viercilinder motor en een comfort niveau dat dichter lag bij een echte personenwagen.
Goliath: driewielers en meer
Goliath begon als producent van driewielers in de jaren dertig. Na de oorlog werden beperkte driewielige voertuigen geproduceerd voor transport en persoonlijk gebruik. Later stapte Goliath over op vierwielige personenwagens, waarvan de Goliath GP700 en GP900 de bekendste zijn. Dit zijn compacte voertuigen met tweetaktmotoren die gericht waren op het budgetsegment net boven de Lloyd-modellen.
De Hansa als apart merk
Hansa was de middenklassenaam die voor een reeks modellen werd gebruikt. De Hansa 1100 en 1500 waren populaire middenklasse-sedans uit de vroege jaren vijftig die degelijkheid combineerden met een aanvaardbare uitrusting voor een brede doelgroep. De Hansa-modellen hadden minder karakter dan de Isabella maar waren betrouwbare, alledaagse auto’s die goed aansloten bij de Westduitse vraag in die periode.
Veelgestelde vragen over Borgward-modellen
Welk Borgward-model is het meest gewild als klassieker?
De Borgward Isabella, met name in de cabriolet of de TS-uitvoering, is het meest gewild en bereikt de hoogste prijzen op veteranenveiling evenementen.
Hoeveel modellen had het Borgward-concern in totaal?
Het concern had via de vier merken (Borgward, Hansa, Lloyd, Goliath) tientallen modellen en uitvoeringen. De Isabella alleen al had meerdere carosserie-varianten en motoropties.
Zijn Borgward-onderdelen nog verkrijgbaar?
Via gespecialiseerde leveranciers en de Borgward-Veteranen Club zijn onderdelen voor de meest gangbare modellen beschikbaar. Voor zeldzame modellen is het lastiger.
Wat was de Lloyd LP300’s bijnaam en waarom?
De LP300 werd ‘Leukoplastbomber’ genoemd omdat het koetswerk bestond uit kunstleer over een houten frame, vergelijkbaar met het pleistermateriaal Leukoplast — een verwijzing naar de goedkope constructie.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










