Cisitalia is een naam die in autohistorische kringen grote bekendheid geniet, ondanks het feit dat het merk slechts een korte periode actief was. De 202 coupé van Cisitalia, ontworpen door Pininfarina, staat permanent tentoongesteld in het Museum of Modern Art in New York als voorbeeld van sculptuur op wielen. Dat zegt veel over de status van dit kleine Italiaanse merk.
Piero Dusio en de oprichting
Cisitalia (Compagnia Industriale Sportiva Italia) werd opgericht in 1946 door Piero Dusio, een Turijnse industrieel die zijn fortuin had vergaard met textiel en sport. Dusio was een gepassioneerd autoliefhebber en wilde zijn passie omzetten in een bedrijf. Hij haalde de ingenieur Giovanni Savonuzzi aan boord voor de technische ontwikkeling.
Dusio’s concept was helder: een goedkope, lichte sportwagen met Fiat-componenten waarmee een eenmakenraceklasse gecreëerd kon worden. Dit was zowel commercieel verstandig (lage kosten) als sportief interessant (gelijke kansen voor alle deelnemers).
De Cisitalia D46 (1946-1948)
De D46 was het eerste model van Cisitalia en direct een succes. De D46 was een eenzitter formule-raceauto gebouwd op een buizenframe-chassis, aangedreven door een 1,1-liter Fiat-motor die opgesteld was om meer vermogen te leveren dan in de serieauto. De carrosserie was aluminium en aerodynamisch gevormd.
De D46 was bedoeld voor de Formule Cisitalia, een eenmerkserie die Dusio lanceerde. In korte tijd werden tientallen D46’s gebouwd en verkocht aan rijders door heel Italië en Europa. De serie was een succes: gelijke auto’s, zuiver talent als onderscheidende factor. Grote namen als Tazio Nuvolari en Juan Manuel Fangio reden in Cisitalia’s.
De Cisitalia 202 (1947-1952)
De 202 was Cisitalia’s grand tourer voor de openbare weg. Ontworpen door Battista ‘Pinin’ Farina (Pininfarina), had de 202 een carrosserie die in zijn elegantie ver vooruit liep op zijn tijd. De lange, lage neus, de gladde zijlijn en de zuivere proporties maakten de 202 tot een van de mooiste auto’s van de naoorlogse periode.
Technisch had de 202 een 1,1-liter Fiat-motor en een buizenframe-chassis. De prestaties waren bescheiden maar het rijgedrag was fijngevoelig en plezierig. De 202 werd aangeboden als open spider en als gesloten berlinetta. In 1972 verwierf het Museum of Modern Art in New York een exemplaar van de 202 berlinetta als kunstwerk, een unicum in de autogeschiedenis.
De Cisitalia 360 (1952-1953)
De 360 was Cisitalia’s meest ambitieuze project en tegelijkertijd de financiële ondergang van het merk. Dusio wilde een Grand Prix-auto bouwen die kon concurreren met Alfa Romeo en Ferrari. Hij huurde Porsche-ingenieur Ferry Porsche in om een twaalfcilinder-supercharger-motor te ontwikkelen.
Het project liep enorm uit de hand qua kosten. De 360 Grand Prix-auto was technisch indrukwekkend: een kompressor-gevoede twaalfcilinder, vierwielaandrijving en luchtgekoelde motor. Maar de kosten ruïneerden Dusio. Slechts één exemplaar werd afgebouwd. Dusio week uit naar Argentinië en bracht het project daar voort, zonder commercieel succes.
Het einde en de nalatenschap
Na Dusio’s vertrek naar Argentinië werd de Italiaanse Cisitalia-activiteiten voortgezet door zijn zakenpartners, maar het merk verloor zijn momentum. In de jaren vijftig werden nog enkele modellen gebouwd, maar het grote succes van de vroege periode keerde niet terug. Het merk hield op te bestaan in de vroege jaren zestig.
De erfenis van Cisitalia is echter onsterfelijk. De 202 coupé in het MoMA en de rol van Cisitalia in de popularisering van eenmerksracerij zijn blijvende bijdragen aan de autohistorie. Cisitalia bewees dat een kleine fabrikant met de juiste partners en een heldere visie voertuigen kan maken die decennia later nog steeds de adem benemen.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










