Corre-La Licorne is een van de vroegste en meest langlopende Franse automobielnamen die nauwelijks meer bekendheid geniet buiten kringen van veteraan-auto-liefhebbers. Het merk produceerde van 1901 tot 1950 auto’s in Courbevoie, vlak bij Parijs, en doorliep daarmee de gehele pioniers- en interbellumperiode van de Europese automobielbouw.
De oprichting: Jean-Marie Corre en de licorne
Het merk heeft zijn naam te danken aan twee figuren. Jean-Marie Corre — een Franse ondernemer — was de oprichter van het originele Corre-merk in 1901. Hij werkte samen met La Licorne — ‘de eenhoorn’ — een Parijs bedrijf dat aanvankelijk rijwielen en driewielers produceerde. De fusie van de twee namen resulteerde in de Corre-La Licorne Cars, beter bekend als simpelweg ‘La Licorne’ in de Franse markt.
De eenhoorn als symbool was een bewuste keuze: het dier stond voor kracht, elegantie en zeldzaamheid — kwaliteiten die het merk bij zijn klanten wou oproepen. Het La Licorne-embleem — een springende eenhoorn — is een van de mooiste vroege automobielbadges.
De vroege modellen: 1901–1914
De eerste Corre-La Licorne-modellen waren kleine, lichte voertuigen met ééncilindersmotoren, typisch voor de automobielpionierstijd. De auto’s werden gebruikt voor zowel personenvervoer als motorsport. In de vroege internationale races — de Paris-Madrid 1903, de Gordon Bennett Cup — namen diverse kleine Franse fabrikanten deel, en Corre was een van hen.
De auto’s uit deze periode waren eenvoudig van constructie: houten frames, dunne banden, open carrosserieën. Passagiers zaten bloot aan wind en weer. Maar ze vertegenwoordigden de allereerste democratisering van gemotoriseerd vervoer voor de Europese middenklasse.
De interbellumperiode: consolidatie en stijging
In de jaren tien en twintig groeide La Licorne uit tot een middelgroot automerk met een gevarieerder aanbod. De modellen van de vroege jaren twintig — zoals de Type B7 Torpédo — waren typische interbellum-tourers: open carrosserie, meer motorvolume, comfortabeler en betrouwbaarder dan de pioniersgeneratie.
Het merk richtte zich op de middenklasse. Luxemerken als Hispano-Suiza en Delage hadden andere klanten; La Licorne wilde de degelijke, betaalbare auto zijn voor de Parijse arts, ondernemer of ambtenaar. Dit positioneerde hen in de buurt van Citroën en Renault, maar dan in kleinere aantallen en met iets meer handwerkskwaliteit.
De jaren dertig en de Crisis
De Grote Depressie trof de Franse auto-industrie hard. La Licorne verkleinde zijn modellengamma en probeerde te overleven door nog eenvoudigere, goedkopere modellen te bouwen. De concurrentie van Citroën, Renault en Peugeot was echter enorm moeilijk te weerstaan voor een kleine fabrikant zonder de schaalgrootte van de grote drie.
In de late jaren dertig probeerde La Licorne zijn modellen te moderniseren met meer aerodynamische carrosserievormen — een trend die in heel Europa doorzette na het succes van de Citroën Traction Avant en vergelijkbare vooruitstrevende ontwerpen.
Naoorlogs en het definitieve einde (1945–1950)
Na de Tweede Wereldoorlog keerde La Licorne kort terug in de productie, maar de combinatie van verwoeste fabrieken, schaarste aan materialen en de opkomst van grotere, efficientere concurrenten maakte het onmogelijk om op lange termijn te overleven. In 1950 sloot La Licorne definitief zijn deuren — na bijna vijftig jaar ononderbroken autoproductie.
Overzicht La Licorne-modellen
- Corre Type A/B (1901–1910) — vroege eencilindermodellen
- La Licorne Type C/D (1910–1920) — vooroorlogse toerwagens
- La Licorne Type B7 Torpédo (1920s) — interbellum-tourer
- La Licorne Type CV (1930s) — eenvoudige crisismodellen
- La Licorne naoorlogse modellen (1945–1950) — laatste productie
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.
Veelgestelde vragen over Corre-La Licorne
Wanneer werd La Licorne opgericht?
Het merk werd in 1901 opgericht in Courbevoie bij Parijs als samenwerking tussen Jean-Marie Corre en La Licorne.
Hoelang was La Licorne actief?
Van 1901 tot 1950 — bijna vijftig jaar ononderbroken autoproductie.
Zijn er nog La Licorne-auto’s bewaard?
Ja. Enkele exemplaren zijn in musea en privécollecties bewaard gebleven, met name de meer spectaculaire modellen uit de jaren twintig en dertig.
Wat was de doelgroep van La Licorne?
La Licorne richtte zich op de Franse middenklasse: artsen, ambtenaren en ondernemers die een degelijke, betaalbare auto zochten.










