Electric Vehicle Company: Automodellen & Types Overzicht

Lieke van der Veen

Geupdate op:

1900 Columbia elektrische auto London to Brighton run
Je leest dit artikel in 3 minuten

Electric Vehicle Company: de pionier van de elektrische auto in Amerika

De Electric Vehicle Company (EVC) was een Amerikaans bedrijf dat aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw een sleutelrol speelde in de vroegste commerciële toepassing van elektrische voertuigen. Opgericht in 1897 in Hartford, Connecticut, combineerde de EVC technologische ambitie met agressieve patentstrategieën en een visionaire maar uiteindelijk niet-houdbare bedrijfsmodel. Het is een van de vroegste en meest invloedrijke episodes in de geschiedenis van de elektrische automobiel.

Oprichting en Columbia-voertuigen

De Electric Vehicle Company werd opgericht in 1897 door een groep investeerders waaronder Isaac Rice en William C. Whitney. Het bedrijf produceerde elektrische voertuigen onder de merknaam Columbia — een verwijzing naar de Columbia Automobile Company, waarvan de technologie en patenten door EVC werden overgenomen. De Columbia-voertuigen waren elektrische rijtuigen, cabriolets en kleine bussen, aangedreven door loodaccu’s en elektromotoren.

De vroege Columbia-auto’s hadden een bereik van circa 30 tot 50 kilometer per acculading — vergelijkbaar met vroege twintigste-eeuwse elektrische voertuigen. De topsnelheid lag rond de 15 tot 25 km/u, wat voor stedelijk gebruik voldoende was. Deze voertuigen waren stiller, makkelijker te besturen en betrouwbaarder voor de stedelijke gebruiker dan de benzinevoertuigen van die periode, die gestart moesten worden met een zwengel en frequent onderhoud vereisten.

Het elektrische taxi-experiment in New York

De meest ambitieuze onderneming van de Electric Vehicle Company was de introductie van een vloot elektrische taxi’s in New York City in 1897. Op het hoogtepunt van het taxi-experiment opereerde EVC naar verluidt meer dan honderd elektrische taxi’s in Manhattan — een ongekende vlootomvang voor die tijd. De taxi’s werden geëxploiteerd vanuit een centrale oplaadstation, waar de lege accu’s werden vervangen door volledig geladen exemplaren — een concept dat de moderne discussie over battery swapping voor elektrische auto’s voorspiegelt.

Het taxi-experiment was initieel een succes, maar strandde op operationele problemen: de accu’s waren zwaar, kwetsbaar voor schade en duur in onderhoud. De centrale oplaadstations vereisten aanzienlijke investeringen. En de concurrentie van goedkopere benzinetaxi’s nam snel toe.

De Selden-patentstrijd

Een ander cruciaal aspect van de Electric Vehicle Company was haar rol in de beroemde Selden-patentstrijd. George Selden had in 1895 een patent verkregen op het concept van de ‘road locomotive’ (een brandstofaangedreven voertuig). De EVC kocht dit patent op en gebruikte het om royalty’s te eisen van vrijwel alle Amerikaanse autoproducenten die benzinemotoren gebruikten. Dit leidde tot de oprichting van de Association of Licensed Automobile Manufacturers (ALAM), een kartel dat de toegang tot de automobielmarkt controleerde.

Henry Ford weigerde het Selden-patent te erkennen en vocht een langdurig juridisch gevecht. In 1911 oordeelde de rechtbank dat het Selden-patent alleen van toepassing was op een specifiek type motor (de Brayton-motor, niet de Otto-motor die door Ford werd gebruikt). Ford won; het EVC-patent-imperium stortte in.

Het einde van de Electric Vehicle Company

Na de juridische nederlaag in de Selden-zaak en de toenemende dominantie van benzineauto’s verloor de EVC zijn marktpositie volledig. Het bedrijf werd in 1912 ontbonden. Ironisch genoeg was de EVC een vroege pionier van exact het concept — de elektrische auto — dat meer dan een eeuw later het dominante paradigma van de auto-industrie zou worden.

De Columbia-voertuigen van de EVC zijn zeldzame historische artefacten. Enkele exemplaren verschijnen af en toe bij veteranenautorallies, zoals de beroemde London to Brighton Run, waar historische automobilen uit de Edwardiaanse en pre-Edwardiaanse periode rijden.

Erfenis in het licht van de EV-revolutie

Vanuit het perspectief van de twintigste eeuw was de Electric Vehicle Company een historische curiositeit — een vroeg experiment dat ten onder ging aan de superioriteit van de verbrandingsmotor. Vanuit het perspectief van de eenentwintigste eeuw is het verhaal van de EVC fascinerende premonitor van wat komende is: de elektrische auto als stedelijk vervoermiddel, battery swapping als bedrijfsmodel, en de strijd tussen technologische paradigma’s in een snel evoluerende markt.

Veelgestelde vragen over Electric Vehicle Company

Wanneer werd de Electric Vehicle Company opgericht?

De Electric Vehicle Company werd opgericht in 1897 in Hartford, Connecticut. Het produceerde elektrische voertuigen onder de merknaam Columbia.

Welke voertuigen maakte de Electric Vehicle Company?

De EVC produceerde elektrische rijtuigen, cabriolets en kleine bussen onder de naam Columbia. De voertuigen hadden een bereik van 30 tot 50 km en een topsnelheid van 15 tot 25 km/u.

Wat was het Selden-patent en hoe was EVC daarbij betrokken?

Het Selden-patent was een breed patent op de benzine-aangedreven automobiel. De EVC kocht dit patent en probeerde royalty’s te innen van alle Amerikaanse autoproducenten. Henry Ford bestreed dit patent en won in 1911.

Wanneer werd de Electric Vehicle Company opgeheven?

De Electric Vehicle Company werd in 1912 ontbonden, na de verloren juridische strijd over het Selden-patent en de toenemende dominantie van benzineauto’s op de markt.

Wat maakte de EVC historisch zo belangrijk?

De EVC was een vroege pionier van stedelijke elektrische mobiliteit, battery swapping en grootschalige EV-vlootexploitatie — concepten die meer dan een eeuw later de kern vormen van de moderne EV-industrie.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.

Geef een reactie