Excelsior is een Frans automerk dat weinig autoliefhebbers tegenwoordig kennen, maar dat in de vroege twintigste eeuw furore maakte met elegante en goed afgewerkte wagens. De naam Excelsior staat voor uitmuntendheid — en dat streven was in elk model terug te zien. Van racedeelnames tot luxe toerwagens: Excelsior bouwde auto’s voor mensen met smaak en middelen.
Herkomst en oprichting van Excelsior
Excelsior werd opgericht in 1907 in Lyon, de industriestad aan de Rhône die in die jaren gold als een van de hotbeds van de Franse auto-industrie. De oprichter Arthur de Coninck richtte het bedrijf op met het doel wagens te bouwen die boven het gemiddelde uitstegen — zowel technisch als esthetisch. Dat was een ambitieus plan in een tijd dat tientallen kleine constructeurs om dezelfde kopers vochten.
De vroege Excelsior-modellen waren onderscheidend door hun degelijke engineering. De vier- en zescilindermotoren waren zorgvuldig afgestemd en de carrosserieën werden vaak door gerenommeerde Parijse coaches gebouwd op basis van de geleverde chassis. Dit maakte elk exemplaar feitelijk uniek, wat de exclusiviteit alleen maar versterkte.
De voornaamste Excelsior-modellen
Excelsior Albert 1er
Het meest bekende en meest gewaardeerde model is de Excelsior Albert 1er, vernoemd naar de Belgische koning die een bewonderaar was van het merk. Dit model verscheen in de vroege jaren twintig en was leverbaar in diverse carrosseriestijlen: torpedo, cabriolet, coupé en limousine. De Albert 1er werd aangedreven door een zescilinder motor met een inhoud van circa 5,3 liter die ruim 100 pk leverde — indrukwekkend voor die tijd. De auto was bestemd voor de gegoede elite en concurreerde direct met Hispano-Suiza en Delage.
Excelsior Type 5
De Type 5 was een iets toegankelijker model dat in de vroege jaren twintig verkrijgbaar was. Met een viercilinder motor en een bescheidener carrosserie richtte dit model zich op kopers die een betrouwbare maar nog steeds stijlvolle wagen zochten. De Type 5 werd minder in aantallen gebouwd dan zijn zescilinder broer, maar was een solide vertegenwoordiger van de Excelsior-filosofie.
Racemodellen en sportieve varianten
Excelsior nam ook deel aan motorsportcompetities van de jaren tien en twintig. In 1912 verscheen een Excelsior bij de Grand Prix van Frankrijk in Dieppe, gereden door de Belgische coureur Josef Christiaens. Deze racedeelnames dienden als laboratorium voor technologische verbeteringen die later terugkwamen in de serieproductie. Het raceprogramma versterkte de reputatie van het merk bij een publiek dat prestaties hoog in het vaandel had.
Productiejaren en einde van het merk
Excelsior produceerde wagens van 1907 tot 1929. Het merk overleefde de Eerste Wereldoorlog en kende zijn bloeitijd in de eerste helft van de jaren twintig, toen de luxemarkt in Europa sterk was. De economische omstandigheden na 1925 — toenemende concurrentie van grotere fabrikanten en dalende koopkracht in hogere segmenten — stelden het bedrijf voor problemen. Nieuwe investeringen bleven uit en in 1929 eindigde de productie definitief.
Het aantal overgebleven Excelsior-exemplaren is klein. Sommige modellen duiken af en toe op bij gespecialiseerde klassiekerveiling, waar ze bedragen bereiken die de oorspronkelijke exclusiviteit onderstrepen. Musea in Frankrijk en België bewaren een handvol exemplaren.
Historisch belang van het merk
Excelsior vertegenwoordigt een type constructeur dat kenmerkend was voor de vroege automobielindustrie: klein, gespecialiseerd en gericht op kwaliteit boven kwantiteit. Het merk toonde dat de Franse industrie naast Peugeot, Renault en Citroën ook ruimte bood voor ambachtelijke luxeproducenten. De wagens zijn vandaag de dag zeldzame getuigenissen van een tijdperk waarin de auto voor velen nog een luxeartikel was en vakmanschap een centrale rol speelde in het ontwerp en de productie.
Veelgestelde vragen
Wat was het meest exclusieve Excelsior-model?
De Excelsior Albert 1er geldt als het meest gewaardeerde en exclusieve model. Met zijn zescilinder motor, luxe carrosserieopbouw en associatie met de Belgische koningsfamilie onderscheidde dit model zich duidelijk van de concurrentie in het hogere segment.
Hoeveel Excelsior-auto’s zijn er nog over?
Exacte aantallen zijn onbekend, maar het gaat om tientallen exemplaren wereldwijd. De meeste bevinden zich in privécollecties of musea in Frankrijk en België. Bij internationale klassiekerveilingen verschijnen ze soms met schattingen die oplopen tot vijf- à zestonnen euro.
Waar werden Excelsior-auto’s gebouwd?
De productie vond plaats in Lyon, Frankrijk. De chassis werden geleverd aan carrosseriebouwers die — vaak op verzoek van de klant — een passende koets op het frame bouwden. Dit was gebruikelijk bij luxeauto’s in de jaren tien en twintig.
Nam Excelsior deel aan motorsport?
Ja. Excelsior nam in 1912 deel aan de Grand Prix van Frankrijk in Dieppe. De deelname versterkte de sportieve reputatie van het merk en leverde technische inzichten op die terugvloeiden naar de serieproductie.
Waarom stopte Excelsior met produceren?
Een combinatie van factoren was verantwoordelijk: toenemende concurrentie van grotere autofabrikanten, economische tegenwind in de late jaren twintig en het uitblijven van nieuwe investeringen. In 1929 sloot het bedrijf zijn deuren definitief.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










