First Automobile Works, in het Chinees 一汽 (Yīqì), is meer dan een autofabrikant. Het is een bewijs van de industriële transformatie die China in de tweede helft van de twintigste eeuw doormaakte. Opgericht in 1953, groeide FAW uit tot een van de grootste en invloedrijkste automobielbedrijven ter wereld — en tot een spiegel van de politieke en economische geschiedenis van de Volksrepubliek China.
De oprichting: een Sovjet-blauwdruk in Changchun
In 1953 sloeg de pas opgerichte Volksrepubliek China de eerste paal voor de FAW-fabriek in Changchun, de hoofdstad van de provincie Jilin in het noordoosten van China. De locatie was niet toevallig: Changchun had tijdens de Japanse bezetting al enige industriële infrastructuur opgebouwd, en het koude klimaat was vergelijkbaar met Siberische omstandigheden die Sovjet-ingenieurstechniek had leren beheersen.
De Sovjet-Unie leverde de technische blauwdrukken en expertise. De FAW-fabriek was in wezen een kopie van de ZIS-fabriek in Moskou, en het eerste seriemodel — de Jiefang CA10 vrachtwagen, geïntroduceerd in 1956 — was gebaseerd op de Sovjet-ZIS-150. ‘Jiefang’ betekent ‘bevrijding’, een naam die de ideologische lading van het project weerspiegelde.
De Hongqi: automerk van de staatselite
In 1958 introduceerde FAW de Hongqi (Rode Vlag), een luxe limousine bestemd voor hoge partijfunctionarissen en staatshoofden. De Hongqi CA72 was geïnspireerd op Amerikaanse designtaal van de jaren vijftig — lange motorkap, vinnen aan de achterzijde — maar gecombineerd met Chinese decoratieve elementen. Het werd een diplomatiek icoon: Mao Zedong en talloze buitenlandse gasten werden vervoerd in Hongqi’s.
De Hongqi-lijn is tot op de dag van vandaag actief. Het merk is in 2018 nieuw leven ingeblazen als premium automerk, gericht op binnenlandse Chinese kopers die een eigen luxualternatief voor Mercedes-Benz of BMW willen.
Samenwerking met westerse merken
Vanaf de jaren tachtig opende China zijn deuren voor buitenlandse autofabrikanten, maar uitsluitend via verplichte joint ventures met staatsbedrijven als FAW. Volkswagen was in 1991 de eerste grote westerse partner van FAW, en de Jetta — een verouderde VW Golf-variant — werd een van de meest verkochte auto’s in Chinese taxi- en particuliere markten.
Later volgden joint ventures met Toyota (FAW-Toyota), Audi (Audi-FAW) en General Motors voor bepaalde segmenten. Deze samenwerkingen stelden FAW in staat moderne productietechnieken en kwaliteitssystemen te absorberen, terwijl de buitenlandse partners toegang kregen tot de snel groeiende Chinese markt. FAW profiteerde van overdracht van kennis; de westerse partners profiteerden van marktvolume.
Eigen merken en het moderne FAW
Naast de joint ventures ontwikkelt FAW ook eigen merken. Bestune (voorheen Besturn) richt zich op de middenkaste van de Chinese markt met sedans en SUV’s. De Hongqi-revival bedient het premiumsegment. FAW Jiefang blijft de grootste producent van zware vrachtwagens in China.
In 2022 produceerde de FAW-groep meer dan drie miljoen voertuigen, wat het bedrijf een van de vijf grootste autofabrikanten ter wereld maakt naar volume. De groep telt meer dan 100.000 werknemers en heeft productiefaciliteiten verspreid over meerdere Chinese provincies.
Elektrificatie en de toekomst
FAW investeert zwaar in elektrische voertuigen, gedreven door het Chinese overheidsbeleid dat de auto-industrie in de richting van elektrisch rijden stuurt. De Hongqi E-HS9 elektrische SUV, een imposant voertuig met een actieradius van meer dan 500 kilometer, is het vlaggenschip van deze transitie. FAW werkt ook samen met het Chinese techbedrijf Baidu aan autonoom rijden via een joint venture genaamd Jidu Auto.
De FAW-groep staat daarmee op een cruciaal kruispunt: enerzijds de behoefte om westerse joint ventures te handhaven voor technologietransfer en omzetzekerheid, anderzijds de druk om eigen, volledig Chinese technologische identiteit te ontwikkelen in de elektrische tijdperk.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










