Troll was een Noors automerk dat tussen 1956 en 1958 een micro-auto produceerde die in het naoorlogse Europa paste bij de vraag naar kleine, goedkope voertuigen. Het merk is bijzonder klein van omvang — slechts vijf voertuigen werden ooit gebouwd — maar het staat in de autogeschiedenisboeken als de enige serieuze Noorse poging om een eigen personenwagen te produceren.
De context van de naoorlogse Europese micro-auto
Na de Tweede Wereldoorlog kende Europa een explosie van kleine, goedkope voertuigen. Benzine was schaars, koopkracht was beperkt en de behoefte aan betaalbare mobiliteit was groot. In die context verschenen modellen als de BMW Isetta, de Fiat 500, de Citroën 2CV en de Goggomobil. In landen waar industriële infrastructuur voor automobielproductie ontbrak, waren er ook experimenten met handgemaakte micro-auto’s op kleine schaal.
Noorwegen had geen gevestigde auto-industrie, maar had wel een machinebouwtraditie. Het bedrijf Troll Plastik & Bilindustri in Lunde, Telemark, probeerde in die leemte te stappen.
De Troll-micro-auto: specificaties en ontwerp
De Troll was een compacte driewieler die op het oog aan de typische naoorlogse Europese micro-auto deed denken. Het voertuig had een kunststof carrosserie — opvallend voor zijn tijd — die licht en redelijk bestand was tegen corrosie. De motor was een tweecilinder tweetaktmotor met een bescheiden vermogen van circa 22 pk. De aandrijving ging naar de achterwielen.
De carrosserie was gevormd uit glasvezelversterkt kunststof, wat in die jaren een nieuwe techniek was. In de VS maakte Chevrolet met de Corvette van 1953 kunststofcarrosseries populair. In Europa experimenteerden ook kleinere fabrikanten ermee. Het gebruik van kunststof hield de productiekosten relatief laag, omdat er geen dure perstangen voor staalcarrosserieën nodig waren.
De productie en het einde
Er zijn in totaal vijf Troll-voertuigen gebouwd, verspreid over de periode 1956-1958. De productie was nooit bedoeld als massaproductie maar als het begin van een potentiële serieproductie. Die stap naar schaalgrootte werd nooit gezet: de financiële middelen ontbraken, en de markt was ook in Noorwegen inmiddels gevuld met goedkope Europese auto’s die door grotere fabrikanten werden geproduceerd.
Het bedrijf Troll Plastik & Bilindustri stopte de automobielactiviteiten na 1958. De naam Troll bleef daarna uitsluitend verbonden met het gebruik van kunststof in industriële toepassingen.
De bewaard gebleven exemplaren
Van de vijf gebouwde Troll-voertuigen zijn er bij kennis van historici nog twee of drie bewaard gebleven. Een ervan bevindt zich in het Noors Voertuigmuseum (Norsk Kjøretøyhistorisk Museum). De auto trekt internationale aandacht van verzamelaars van pre-productie en prototype voertuigen.
De zeldzaamheid en de unieke nationale status als enige Noorse personenwagen geven de Troll een historische waarde die ver uitstijgt boven wat zijn bescheiden specificaties zouden suggereren. Voor de autogeschiedenisliefhebber is de Troll een van die obscure maar fascinerende hoekjes van de naoorlogse automobielwereld.
Veelgestelde vragen over de Troll
Hoeveel Troll-auto’s zijn er ooit gebouwd?
Er zijn in totaal vijf Troll-voertuigen gebouwd, tussen 1956 en 1958. Van die vijf zijn er naar schatting nog twee of drie bewaard gebleven.
Waar werden de Troll-auto’s geproduceerd?
De Troll werd geproduceerd in Lunde, Telemark, Noorwegen, door het bedrijf Troll Plastik & Bilindustri.
Wat maakte de Troll technisch bijzonder?
De Troll had een carrosserie van glasvezelversterkt kunststof, een innovatieve keuze voor zijn tijd. Samen met de tweecilinder tweetaktmotor en compacte afmetingen paste het voertuig in de traditie van de naoorlogse Europese micro-auto.
Waarom werd de Troll niet in grotere aantallen geproduceerd?
Financiële beperkingen en de concurrentie van grotere Europese fabrikanten die goedkope kleine auto’s produceerden, maakten het onmogelijk om de overgang naar serieproductie te maken. Na 1958 werden er geen nieuwe Troll-voertuigen meer gebouwd.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










