Humber is een van de langstlopende namen uit de Britse auto-industrie. Het merk begon niet als autofabrikant maar als fietsenmaker: Thomas Humber opende in 1868 een rijwielwerkplaats in Nottingham. Pas rond 1896 waagde het bedrijf de stap naar gemotoriseerde voertuigen. Meer dan zestig jaar lang produceerde Humber auto’s, uiteenlopend van kleine volksmodellen tot gezaghebbende regeringslimousines.
Van rijwiel naar automobiel: de vroege jaren
De Humberette uit het begin van de twintigste eeuw was een licht, betaalbaar voertuig voor een breed publiek. Met een kleine een- of tweecilindermotorbrein en een laag gewicht was hij wendbaar maar ook kwetsbaar. Toch sloeg hij aan bij kopers die voor het eerst de stap maakten van fiets naar auto. Humber groeide snel en breidde het gamma uit naar zwaardere tourers en salons die aansloten bij de Britse middenklasse. Het merk verhuisde de productiebasis naar Coventry, dat in die jaren het hart werd van de Britse automobielindustrie.
Fusie met Rootes en uitbreiding van het gamma
In 1928 werd Humber onderdeel van de Rootes Group, het industriele conglomeraat van de gebroeders William en Reginald Rootes. Onder deze vleugels groeide Humber uit tot het prestigieuze vlaggenschip van de groep. De andere merken van Rootes zoals Hillman, Singer en Sunbeam richtten zich op een bredere markt; Humber leverde aan de bovenlaag.
In de jaren dertig verscheen een reeks indrukwekkende modellen. De Humber 16/60 en 20/55 waren forse auto’s met zescilindermotoren, gericht op zakenlieden en officieren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Humber-chassis gebruikt voor militaire commandowagens, stafauto’s en verkenningsvoertuigen, wat de reputatie van robuustheid verder versterkte.
De naoorlogse bloeiperiode: Hawk, Snipe en Super Snipe
Na 1945 bouwde Humber een coherent gamma op rond drie kernmodellen die elk een eigen segment bedienden.
Humber Hawk
De Hawk was de instapper binnen het Humber-gamma. Aangedreven door een viercilinder van circa 1,9 tot 2,3 liter bood hij ruimte voor vijf passagiers. Hoewel sober vergeleken met de grotere broers, was de Hawk degelijk en comfortabel. Hij bleef in productie tot 1967 en doorliep vijf generaties.
Humber Snipe
De Snipe zat een klasse hoger met een zescilinder van circa 2,7 liter. Het was een populaire keuze voor managers, hoge ambtenaren en de hogere middenklasse. De naam Snipe verwijst naar de watersnip, wat de marketingafdeling associeerde met elegantie en snelheid.
Humber Super Snipe
De Super Snipe was het paradepaard van Humber en een van de indrukwekkendste naoorlogse Britse salons. De motor groeide over de jaren van 2,7 naar 2,9 liter met overhead camshaft. In zijn vijf series bood de Super Snipe een luxueuze rijervaring met zachte vering, beklede dashboards en optionele automatische versnellingsbak. Het Britse leger en de diplomatieke dienst reden hem graag.
Humber Pullman en Imperial: de limousines
Voor de meest formele representatie leverde Humber de Pullman, een verlengde limousine met twee extra zitplaatsen in de passagiersruimte en een glasruittje naar het chauffeursvak. De Pullman was bestemd voor staatsbezoeken, begrafenissen en officieel gebruik. Hij werd in handwerk afgebouwd bij carrosseriebouwers zoals Thrupp & Maberly en Tickford.
De Imperial was qua formaat vergelijkbaar met de Super Snipe maar voorzien van nog luxueuzer interieur en soms een vierdeurs-limousine-configuratie. Beide modellen verschenen in beperkte aantallen en zijn tegenwoordig zeldzaam.
Humber Sceptre: de sportieve afsluiting
In 1963 introduceerde Humber de Sceptre, een compactere en sportiever gepositioneerde auto die qua platform overeenkwam met de Hillman Super Minx. De Sceptre had tweekleurige carrosserie en een afgewerkt interieur. De tweede generatie Sceptre (1966-1976) was een geheel ander ontwerp, ruimer en comfortabeler, maar het sportieve imago brokkelde af naarmate Chrysler meer invloed op Rootes uitoefende.
Het einde van Humber
In 1967 nam Chrysler Corporation de Rootes Group over. De Amerikanen rationaliseerden het productassortiment rigoureus: dure modellen als de Hawk en Super Snipe werden stopgezet. De Sceptre bleef nog even voortbestaan, maar in 1976 verdween ook hij. Daarmee eindigde een merk dat bijna tachtig jaar lang symbool had gestaan voor solide Britse kwaliteit en ingetogen luxe. Humber-exemplaren zijn tegenwoordig gezochte klassiekers, met name de Super Snipe Series IV en V en de zeldzame Pullman-limousines.
Veelgestelde vragen over Humber
Welke motor had de Humber Super Snipe?
De Super Snipe Serie IV en V (1959-1967) gebruikte een 2,9-liter overhead camshaft-zescilinder met circa 128 pk, gekoppeld aan een handgeschakelde drieversnellingsbak of optionele automaat.
Is Humber gerelateerd aan andere Britse automerken?
Ja. Humber maakte deel uit van de Rootes Group samen met Hillman, Singer, Sunbeam en Talbot. In 1967 nam Chrysler de groep over, waarna Peugeot de resterende activiteiten kocht in 1978.
Hoeveel Humber Pullmans zijn er nog?
Het gaat wereldwijd om slechts enkele tientallen exemplaren. De meeste zijn in handen van klassieke autoclubs of particuliere verzamelaars. Restauraties zijn complex door de schaarste aan originele onderdelen.
Reden bekende personen in een Humber?
Ja. Winston Churchill reed tijdens de oorlog in een Humber Super Snipe stafauto. Humber-limousines waren ook favoriet bij de Britse diplomatieke dienst en in Commonwealth-landen.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










