Jansen is een naam die in de Nederlandse autogeschiedschrijving nauwelijks een rol speelt, maar die voor historici interessant is als voorbeeld van de vroege pogingen tot automobile productie in Nederland. Het merk was rond 1900–1910 actief in Enschede en produceerde een handvol voertuigen in de pionierestijd van de Europese automobiel.
Context: vroege automobiel in Nederland
Nederland heeft nooit een significante nationale auto-industrie opgebouwd, in tegenstelling tot buurlanden als Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De vroege pogingen waren er wel: naast Jansen waren er ook andere kleine Nederlandse fabrikanten actief. Spyker in Amsterdam was de meest bekende — het bouwde van 1900 tot 1925 auto’s die ook in de motorsport goed presteerden.
Enschede, als industriestad in Twente met een sterke textielindustrie, had de mechanische en technische basis die nodig was voor dergelijke initiatieven. De beschikbaarheid van werktuigbouwkundige kennis en metaalverwerkingscapaciteit maakte het voor ondernemers mogelijk om een automobiel samen te bouwen, al dan niet op basis van geïmporteerde componenten.
De Jansen-automobiel
De Jansen-voertuigen waren vermoedelijk samengesteld uit ingevoerde onderdelen — motoren, assen, transmissies — die lokaal werden geassembleerd in een eigen carrosserie. Dit was in die periode gebruikelijk voor kleine Europese fabrikanten. Men kocht een motorblok bij een leverancier, een chassis bij een rijtuigbouwer en assembleerde het geheel in eigen werkplaats.
Concrete specificaties van de Jansen-auto’s zijn nauwelijks bewaard gebleven. Historische archieven in Enschede en de Raad van State vermelden het bestaan van het bedrijf en een beperkte productie, maar modelnamen, technische gegevens en productievolumes zijn niet systematisch gedocumenteerd. Dit is een gemeenschappelijk kenmerk van vroege kleine fabrikanten: hun administratie overleefde de sluiting van het bedrijf zelden.
Einde van de activiteiten
Jansen stopte zijn automobielactiviteiten vermoedelijk voor 1915. De concurrentie van gevestigde Europese merken als Renault, Peugeot en de vroege Benz-voertuigen was al in die jaren te groot voor kleine regionale producenten. Importauto’s waren beschikbaar via dealers in Amsterdam en Rotterdam, en een koper had weinig reden om een lokale nieuwkomer te verkiezen boven een gevestigd merk met een ondersteuningsnetwerk.
De Jansen-naam leeft verder als curiositeit in de Twentse industriegeschiedenis, een herinnering aan een tijd dat bijna elke ondernemende werkplaats zich waagde aan de nieuwe technologie van de automobiel.
Veelgestelde vragen over Jansen
Waar was Jansen gevestigd?
Jansen was gevestigd in Enschede, Twente, in het oosten van Nederland.
Wanneer was Jansen actief?
Jansen was vermoedelijk actief rond 1900–1910, in de vroege pionierestijd van de Europese automobiel.
Welke auto’s produceerde Jansen?
De precieze modellen zijn niet gedocumenteerd. Jansen assembleerde vermoedelijk voertuigen op basis van geïmporteerde componenten, een gebruikelijke praktijk voor kleine Europese fabrikanten in die periode.
Zijn er nog Jansen-auto’s bewaard?
Er zijn geen bevestigde bewaard gebleven exemplaren bekend in openbare collecties. De productievolumes waren te klein.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










