Jordan Motor Car Company is geen grote naam in het hedendaagse autobewustzijn, maar in de jaren twintig van de vorige eeuw was dit Amerikaanse merk een begrip. Niet zozeer vanwege technische baanbrekendheid, maar door de manier waarop oprichter Edward ‘Ned’ Jordan zijn auto’s verkocht: met poëtisch geschreven advertenties die de verbeelding aanspraken in plaats van droge technische specificaties op te sommen. Jordan bouwde auto’s van 1916 tot 1931, voornamelijk in Cleveland, Ohio.
Oorsprong en oprichter
Edward S. Jordan begon zijn carrière als journalist en reclamemaker. Die achtergrond bleek van onschatbare waarde toen hij in 1916 zijn eigen automerk oprichtte. In plaats van zelf een motor te ontwikkelen koos Jordan voor inkoop van componenten bij gerenommeerde leveranciers — een gang van zaken die destijds gangbaar was in de Amerikaanse auto-industrie. Continental leverde de motoren, Timken de assen en diverse andere toeleveranciers zorgden voor de rest. Jordan richtte zich volledig op de assemblage, het design en bovenal de marketing.
Zijn advertenties waren revolutionair voor hun tijd. De beroemdste campagne verscheen in 1923 en droeg de titel Somewhere West of Laramie. In die tekst werd niet de motor beschreven, maar het gevoel van vrijheid dat de auto je zou geven — rijden door het wilde westen, naast een vrouw te paard. Het was een breuk met de conventionele autovertelling en wordt tot op de dag van vandaag beschouwd als een mijlpaal in de reclamegeschiedenis.
De belangrijkste modellen
Jordan Model F Playboy (1919–1927)
De Playboy was het meest herkenbare en succesvolste model van Jordan. Het was een lichte open sportwagen — een roadster met twee zitplaatsen — die gericht was op jonge, avontuurlijke kopers. Met zijn elegante lijnen, sportieve uitstraling en relatief lage prijs brak de Playboy door bij een breder publiek dan de zwaardere luxemodellen van concurrenten. De naam Playboy, in die tijd zonder de latere connotaties, verwees simpelweg naar de vrijgevochten, sportieve levensstijl die Jordan associeerde met zijn rijders.
Jordan Great Line (1920s)
Naast de Playboy bouwde Jordan grotere en duurdere modellen, waaronder de Great Line-reeks. Die omvatte sedans, tourers en faetons voor vier tot zeven passagiers. Deze wagens werden uitgerust met krachtigere Continental-motoren en lagen in het hogere middensegment. Ze misten echter de beeldbepalende status die de Playboy had opgebouwd.
Jordan Speedway en Blue Boy
In de latere jaren van het merk verschenen de Speedway en de Blue Boy — modellen die de sportieve lijn verderzetten. De Blue Boy was vernoemd naar het beroemde schilderij van Gainsborough en werd gepromoot als een aristocratische auto voor de moderne Amerikaan. De Speedway was iets robuuster van karakter, met een nadruk op weggedrag en prestaties.
Neergang en einde
De Grote Depressie die in 1929 losbarstte, trof de American mid-market autobouwers hard. Jordan had nooit de productiecapaciteit of de financiële reserves van Ford of General Motors. De verkopen daalden sterk, de leveringsketen werd verstoord en investeringen in nieuwe modellen konden niet worden gedaan. In 1931 hield Jordan Motor Car Company definitief op te bestaan. Jordan zelf verloor zijn fortuin en stierf in 1958 betrekkelijk onopgemerkt.
De nalatenschap van Jordan ligt niet in technische innovatie maar in marketing. Het merk bewees dat een auto ook verkocht kon worden als een gevoel, een aspiratie, een levensstijl — een inzicht dat de hele reclameindustrie zou beïnvloeden.
Niet te verwarren met Jordan Grand Prix
Wie zoekt op ‘Jordan auto’s’ stuit regelmatig op Jordan Grand Prix, het Formule 1-team dat door Eddie Jordan werd opgericht en van 1991 tot 2005 actief was. Dit Ierse Formule 1-team staat los van de historische Jordan Motor Car Company. Het F1-team bouwde uitsluitend racewagens voor de sport en had geen consumentenproducten.
Veelgestelde vragen
Waar was Jordan Motor Car Company gevestigd?
Jordan was gevestigd in Cleveland, Ohio. Het bedrijf opereerde daar van 1916 tot de sluiting in 1931.
Wat maakte de Jordan Playboy bijzonder?
De Playboy was een lichte open roadster die zich onderscheidde door zijn sportieve lijnen en de bijbehorende marketingcampagnes. Het werd een icoon van de rijdende vrijheid in de jaren twintig.
Gebruikte Jordan eigen motoren?
Nee. Jordan kocht motoren in bij Continental en andere leveranciers. Het merk richtte zich op assemblage, design en marketing, niet op eigen motorontwikkeling.
Is er een verband tussen Jordan auto’s en Jordan Grand Prix?
Nee. Jordan Motor Car Company was een Amerikaans automerk (1916–1931). Jordan Grand Prix was een Iers Formule 1-team (1991–2005), opgericht door Eddie Jordan. De twee hebben niets met elkaar te maken.
Zijn er nog Jordan auto’s te zien?
Ja. Diverse exemplaren, met name de Playboy Roadster, bevinden zich in museumcollecties in de Verenigde Staten. Ze zijn ook te vinden op veteranenrally’s en in privécollecties.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










