Léon Bollée staat in de autogeschiedenisboeken als een van de meest inventieve pioniers van de vroege automobielindustrie. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met twee revolutionaire periodes: de dampkracht-driewielers van zijn vader Amédée en de benzineauto’s die Léon zelf in Le Mans liet bouwen. De auto’s die zijn naam dragen zijn zeldzame museumstukken geworden, bewaard in enkele van de beste automusea van Europa.
De Bollée-familie en de automobielpionier
Léon Bollée (1870–1913) groeide op in een familie van uitvinders. Zijn vader Amédée Bollée sr. bouwde al in de jaren 1870 stoomauto’s, waarvan de Mancelle (1878) de bekendste is. Léon zelf combineerde een wiskundig talent met mechanische inventiviteit en had op zijn twintigste al een rekenmachine gepatenteerd.
In 1895 introduceerde Léon Bollée iets revolutionairs: de Voiturette, een lichte driewieler aangedreven door een luchtgekoelde tweecilinder benzinemotor van circa 3 pk. Het voertuig reed tot 45 km/h — indrukwekkend voor 1895 — en had een low-slung ligpositie voor de bestuurder. De Voiturette won de Race Paris–Bordeaux–Paris in 1895, de eerste race voor motorwagens.
De Léon Bollée Automobiles: vierwielende auto’s
Nadat Léon de licentie voor zijn Voiturette had verkocht, richtte hij in 1903 zijn eigen automobielfabriek op in Le Mans. De auto’s die hij daar bouwde waren grotere, vierwielende benzineauto’s — een heel andere categorie dan zijn vroege driewielers.
Vroege modellen (1903–1907)
De eerste Léon Bollée-auto’s waren gebouwd op zware chassis met motoren van 12 tot 20 pk. Ze hadden kettingaandrijving, en de carrosserie werd afgeleverd als open tourer of landaulet. De rijkdom aan technische details — geslingerde veerconstructies, dubbele magneetontsteking — maakte ze populair bij rijke klanten die kwaliteit boven prijs stelden.
Model Type G (1907–1913)
Het Model G vertegenwoordigt de rijpere fase van Léon Bollée Automobiles. Met een viercilinder-motor van 2,5 tot 4,0 liter en cardanaandrijving (een modernisering ten opzichte van de ketting) waren deze auto’s betrouwbaarder en beter te besturen. Het model G3 is bewaard gebleven in onder meer het Cité de l’Automobile in Mulhouse en het Musée Automobile de la Sarthe in Le Mans.
Morris-Léon Bollée (1924–1931)
Na de dood van Léon Bollée in 1913 (op 42-jarige leeftijd) nam zijn weduwe het bedrijf over, maar de productie stagneerde. In 1924 nam de Britse fabrikant Morris de fabriek over. Onder de naam Morris-Léon Bollée werden auto’s gebouwd met Morris-motoren maar met het oude fabriekssysteem in Le Mans. Deze periode duurde tot 1931, waarna de naam definitief verdween.
De nalatenschap van Léon Bollée
Léon Bollée was niet alleen autobouwer. Hij was ook de man die Wilbur Wright hielp bij zijn historische vluchten in Le Mans in 1908 door hem fabriekruimte en technische ondersteuning te bieden. De vriendschap tussen de luchtvaartpionier en de autobouwer is gedocumenteerd in Wright-brieven uit de Smithsonian-collectie.
Enkele originele Bollée-auto’s zijn vandaag nog te bezichtigen: het Louwman Museum in Den Haag bezit een fraai specimen, evenals het Musée Automobile de Vendée en het Autoworld museum in Brussel. Ze zijn stille getuigen van een tijdperk waarin de auto nog volledig met de hand werd gebouwd.
Veelgestelde vragen over Léon Bollée auto’s
Wanneer werd de eerste Léon Bollée auto gebouwd?
De Voiturette driewieler verscheen in 1895. De vierwielende auto’s uit de eigen fabriek in Le Mans dateren van 1903.
Hoeveel Léon Bollée-auto’s zijn er gebouwd?
Exacte productiecijfers zijn niet compleet bewaard, maar de schattingen liggen op enkele honderden auto’s tussen 1903 en 1913. De Morris-Bollée-periode leverde aanzienlijk meer exemplaren op.
Zijn er nog originele Léon Bollée-auto’s te zien?
Ja. Onder meer het Louwman Museum (Den Haag), Autoworld (Brussel) en het Musée Automobile de Vendée bewaren originele exemplaren. Ze verschijnen ook op de London to Brighton Veteran Car Run.
Wat is de historische betekenis van de Bollée Voiturette?
De Voiturette van 1895 was een van de eerste lichte benzinevoertuigen voor particulier gebruik. Door de Paris–Bordeaux–Paris race te winnen bewees het concept zijn betrouwbaarheid, wat een stimulans gaf aan de hele vroege auto-industrie in Frankrijk.
Wat is het verband tussen Léon Bollée en de gebroeders Wright?
Léon Bollée bood Wilbur Wright in 1908 ruimte in zijn fabriek in Le Mans voor het bouwen en testen van diens vliegtuig. Wright maakte daar zijn eerste publieke vluchten in Europa, mede dankzij de logistieke steun van Bollée.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










