Locomobile Company of America is een van de pioniers van de Amerikaanse automobielindustrie — en tegelijkertijd een van de tragischere verhalen. Het bedrijf was in het vroegste decennium van de twintigste eeuw een van de meest gerespecteerde autofabrikanten van Amerika, bouwde stoomwagens en later benzinevoertuigen van uitstekende kwaliteit, maar verdween uiteindelijk in 1929 met de neergang van de economie.
De beginjaren: stoom en de Stanley-verbinding
Locomobile werd opgericht in 1899 in Watertown, Massachusetts. De eerste auto’s waren stoomwagens — en niet zomaar stoomwagens. Locomobile kocht de productiemethodes van de beroemde Stanley Steamer, een vroege stoomaangedreven auto die destijds al gerenommeerd was. De vroege Locomobiles waren dus in essentie gelicentieerde Stanley Steamers, gebouwd in grotere aantallen.
De stoomaandrijving was in 1899 een redelijke keuze: de benzinemotor was nog onbetrouwbaar en luidruchtig, terwijl stoom een volwassener technologie was. Maar de nadelen van stoom — aanstooksttijd, watertoevoer, gebrek aan bereik — werden snel duidelijk in praktisch gebruik.
De overgang naar benzine
In 1902 maakte Locomobile de cruciale overstap naar benzinevoertuigen. Het bedrijf verhuisde naar Bridgeport, Connecticut en begon met de productie van benzineaangedreven auto’s die een compleet andere marktsegmentatie hadden dan de vroegere stoomwagens: dit waren grote, krachtige luxevoertuigen voor de welgestelde Amerikaan.
Locomobile huurde de meest bekwame ingenieurs en gebruikte de beste materialen. De auto’s werden handmatig gebouwd met aandacht voor detail. Prijzen lagen ruim boven de $3.000 — in die periode een fortuin. De doelgroep was de echte bovenkant van de markt: industriëlen, bankiers, politici.
De Model 48: het vlaggenschip
Het meest beroemde Locomobile-model was de Model 48 — een grote, krachtige auto met een 525 kubieke inch (8,6 liter) viercilinder motor, die later werd uitgebreid naar zes cilinders. De Model 48 was vergelijkbaar met de beste Europese auto’s van zijn tijd: degelijk, krachtig, verfijnd.
In 1908 won een Locomobile Model 48 de eerste officiële American Grand Prize race in Savannah, Georgia — een overwinning die de reputatie van het merk enorm versterkte. In een tijdperk waarin autoracen direct de publieke perceptie van een merk vormde, was deze overwinning van onschatbare waarde.
Locomobile op de racebaan
Locomobile’s racegeschiedenis was indrukwekkend. Old 16 — de bijnaam van het raceauto waarmee ze in 1908 wonnen — werd een legende. Het was de eerste American Grand Prix overwinning voor een Amerikaans merk, en Old 16 wordt tot op heden bewaard en getoond in het Long Island Museum of American Art, History and Carriages.
Dit raceerfgoed versterkte Locomobile’s positie als premium merk. Voor rijke Amerikanen was een Locomobile niet alleen een vervoermiddel maar een statement: men koos voor de winnaar.
De late jaren: fusies en neergang
In 1922 werd Locomobile overgenomen door William Durant — de oprichter van General Motors — die het probeerde te integreren in zijn nieuwe Durant Motors concern. De productie ging door, maar de onafhankelijkheid en het ambachtelijke karakter gingen verloren. De Grote Depressie en de dood van Durant Motors in 1929 betekenden het einde van Locomobile.
Het totale aantal geproduceerde Locomobiles wordt geschat op tienduizenden stoomwagens en enkele duizenden benzinemodellen. De benzine-Locomobiles zijn vandaag de dag bijzonder zeldzaam en worden hoog gewaardeerd door American brass era collectors.
De erfenis
Locomobile vertegenwoordigt de overgangsperiode van de vroege naar de mature automobielindustrie. Het bedrijf toonde dat Amerika in staat was luxevoertuigen te bouwen die konden concurreren met Europese fabrikanten — een bewijs dat de Amerikaanse auto-industrie niet alleen voor massa-vervoer was. Die ambitie, en de kwaliteit die ermee gepaard ging, verdient herinnering.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










