Panhard-Levassor: de uitvinders van de moderne auto
Er zijn weinig automerken die met recht kunnen zeggen dat ze de automobielindustrie hebben uitgevonden. Panhard-Levassor is er een van. Dit Franse bedrijf, opgericht in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, introduceerde de lay-out die nog altijd de basis vormt van vrijwel elke personenwagen: motor voorin, aandrijving achteraan, versnellingsbak in het midden.
Van houtbewerking naar automobiel
De wortels van Panhard-Levassor liggen niet in de auto-industrie maar in de houtbewerking. Louis Périn en Jean-Louis Périn richtten in 1845 een bedrijf op dat machines voor houtbewerking produceerde. In de jaren 1870 werden René Panhard en Emile Levassor partners in dit bedrijf. Levassor trouwde later met de weduwe van Edouard Sarazin, die de rechten bezat op de Daimler-benzinemotor in Frankrijk.
Deze connectie was goud waard. Via Levassor en zijn echtgenote kreeg Panhard-Levassor toegang tot de patenten van Gottlieb Daimler, de uitvinder van de benzinemotor. In 1890 produceerden ze hun eerste rijtuig met een Daimler-motor — een van de vroegste échte benzine-automobielen in Europa.
De Système Panhard: een revolutie in carrosserie-indeling
Tot de vroege Panhard-auto’s was de motor bij de meeste rijtuigen in het midden of achteraan geplaatst — een logisch gevolg van de rijtuig-traditie. Emile Levassor veranderde dit definitief. Zijn zogeheten Système Panhard, geïntroduceerd rond 1891, plaatste de motor voorin, verbond die via een koppeling met een handmatige versnellingsbak en dreef via een cardanas de achterwielen aan.
Dit was meer dan een technische keuze — het was een conceptuele revolutie. De motor kon groter worden, het gewicht verdeelde zich beter over de as en de bestuurder zat niet meer bovenop de aandrijflijn. Praktisch alle moderne auto’s volgen nog steeds dit principe, ook al zijn het vandaag de dag variaties en versies ervan.
Vroege races en technische dominantie
Panhard-Levassor domineerde de vroege stadsraces van de jaren 1890. In de beroemde Paris-Bordeaux-Paris Race van 1895 finishte Emile Levassor als eerste, rijdend op een Panhard-Levassor met een Daimler-V2-motor. Hij reed meer dan 48 uur non-stop en had een gemiddelde snelheid van bijna 25 km/u — indrukwekkend voor een onverharde weg in die tijd.
De vroege Panhard-modellen werden gekenmerkt door een progressief technisch ontwerp, een reputatie voor betrouwbaarheid en sterke resultaten in wedstrijden. Dit maakte ze geliefd bij de rijke klasse die als eerste toegang had tot de automobile luxe.
Groei en modellenlijn tot de Tweede Wereldoorlog
In de eerste decennia van de twintigste eeuw groeide Panhard-Levassor uit tot een gerespecteerde producent van kwalitatief hoogwaardige Franse auto’s. De modellenlijn evolueerde van eenvoudige rijtuigen naar steeds geavanceerdere wagens. In de jaren twintig en dertig bood Panhard modellen aan met 6- en 8-cilinder motoren die concurreerden met het Franse premium segment.
De Tweede Wereldoorlog onderbreekt de productie, maar na de bevrijding hernam Panhard de draad. Nu echter als een bedrijf dat gedwongen was opnieuw te beginnen in een totaal veranderd marktklimaat.
Naoorlogse innovatie: de Dyna
Na de oorlog koos Panhard voor een radicaal andere koers. In plaats van grote, zware limousines te bouwen, richtte het bedrijf zich op lichte, zuinige wagens. De Dyna-serie, geïntroduceerd in 1946 en doorontwikkeld in de jaren vijftig, was een technisch avontuur: lichtgewicht aluminium carrosserie, kleine motor, lage luchtweerstand.
De Panhard Dyna Z (1953) en later de PL17 (1959) waren aerodynamisch zeer ver vooruit op hun tijd. Ze bezaten een luchtweerstandscoëfficiënt die pas in de jaren tachtig door andere serieproducenten werd geëvenaard. De motoren waren klein maar efficiënt, en de wagens werden populair bij kopers die zuinig wilden rijden zonder in te leveren op rijplezier.
Overname door Citroën en het einde
In 1955 nam Citroën een meerderheidsbelang in Panhard. De samenwerking leverde aanvankelijk voordelen op voor beide partijen, maar in 1967 besloot Citroën de Panhard-autoproductie definitief te beëindigen. Het laatste model was de PL17, waarvan de productie in 1967 stopte. Daarmee eindigde een van de langste en meest invloedrijke verhalen in de Franse automobielgeschiedenis.
Het bedrijfsnaam Panhard bleef bestaan voor de productie van militaire voertuigen, een activiteit die nog steeds voortduurt — maar de personenwagens zijn verleden tijd.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










