Panther Westwinds is een van de meer bijzondere verhalen in de Britse auto-industrie: een klein bedrijf dat handgemaakte, extravagante auto’s produceerde en toch meer dan vijftien jaar standhield in een markt die normaal weinig ruimte biedt aan kleine coach builders. Het merk is het werk van één man — Robert Jankel — en zijn nalatenschap bestaat uit een handvol modellen die vandaag de dag gewaardeerde klassiekers zijn.
Robert Jankel: de man achter het merk
Robert Jankel werd geboren in 1938 en had van jongs af aan een passie voor auto’s en design. Zijn professionele achtergrond lag in de kledingindustrie, niet in de auto-engineering. Dat was in sommige opzichten een voordeel: hij keek naar auto’s als designproducten, niet als technische opdrachten. Zijn eerste activiteiten bestonden uit het verbouwen van bestaande auto’s, het omkarosseren van Rolls-Royces en Jaguars voor vermogende klanten die iets unieks wilden.
In 1972 besloot Jankel een stap verder te gaan en een eigen automerk op te richten. Hij registreerde Panther West Winds Ltd in Byfleet, Surrey. Zijn concept: retro-geïnspireerde carrosserie-ontwerpen op moderne chassis, met bewezen motoren van gevestigde merken. Het resultaat zou enerzijds de nostalgie van pre-oorlogse Britse sportwagens oproepen, anderzijds de eigenaar verzekeren van praktisch onderhoud via Jaguar- of Ford-dealers.
De J72: een Jaguar SS100 voor de jaren zeventig
Het eerste model van Panther was de J72, geïntroduceerd in 1972. De naam verwees naar de Jaguar SS100, de befaamde pre-oorlogse Britse sportwagen. De J72 was geen kopie maar een eigentijdse interpretatie: dezelfde lange motorkap, de ronde spatborden, de klassieke proporties — maar met een moderne buisframe-constructie en een Jaguar XK-motor.
De keuze voor Jaguar-motoren was bewust. Jaguar produceerde in de jaren zeventig nog altijd zijn langlopende zescilinder XK-motor én de monumentale V12 5.3-liter — twee motoren met een stevige reputatie voor rijplezier en die, dankzij de verspreiding van Jaguar, bij veel garages onderhoudbaar waren. De J72 was leverbaar met de 3.8 of 4.2 liter zescilinder, of met de V12 voor wie de maximale impact wilde.
In circa negen jaar productie (1972–1981) werden ongeveer 370 J72’s gebouwd. Dat zijn kleine aantallen, maar genoeg om het merk continuïteit te geven en aan een selecte kring van klanten bekend te maken. In de Britse pers verscheen de J72 regelmatig als symbool van excentrieke luxe.
De Panther De Ville: excentrieke luxe
Als de J72 al extravagant was, dan was de De Ville buitensporig. Geïntroduceerd in 1974, was de De Ville een grote vierdeurs limousine met een design dat deed denken aan de Bugatti Royale: enorme carrosserie, zwarte mudguards, uitgebreid chroomwerk en een aanwezigheid die moeilijk te negeren was. Elke De Ville werd handmatig gebouwd, wat de productie traag maar de kwaliteitscontrole persoonlijk maakte.
Circa 60 De Villes werden gebouwd, inclusief een open tweezitter convertible en twee uitzonderlijke tweemotorige versies met een Jaguar V12 zowel voor als achter. De tweemotorige De Ville is een van de meest bizarre auto’s die ooit in Groot-Brittannië zijn gebouwd.
Breder publiek: de Lima en de Kallista
Jankel besefte dat hij het merk nooit groot kon maken met exclusieve handgemaakte auto’s voor een rijke niche. In 1976 introduceerde hij de Lima, een meer betaalbaar model met een GRP-carrosserie (glasvezel) op een Vauxhall Magnum-chassis. De Lima was ook retro maar toegankelijker: GRP is goedkoper te produceren dan aluminium, en de Vauxhall-mechaniek was goedkoper in onderhoud dan Jaguar.
Circa 900 Lima’s werden gebouwd tussen 1976 en 1982, het meest geproduceerde Panther-model. Toch bleef de financiële situatie van het bedrijf precair. In 1980 ging Panther West Winds failliet.
Het merk werd opgekocht door de Koreaanse zakenman Young C. Kim, die de productie voorzette met een nieuw model: de Kallista (1982–1990). De Kallista had een aluminium carrosserie en gebruik Ford-mechaniek, wat de auto in West-Europa aantrekkelijker maakte qua onderhoudskosten. Circa 1.600 Kallista’s werden gebouwd, meer dan elk ander Panther-model.
Nalatenschap en verzamelaarsstatus
De productie van Panther-auto’s eindigde rond 1990. Robert Jankel overleed in 2005, na een leven waarin hij ook buscachoerossingen en speciale voertuigen voor films en televisieshows had gebouwd. Zijn erfenis bij Panther Cars is een handvol ongewone en aantrekkelijke auto’s die vandaag trouwe verzamelaars hebben.
De J72, De Ville en Lima verschijnen regelmatig op Britse klassieke automarkten. De J72 V12 is het duurste en meest gewilde model. Kallista’s zijn voor hun prijs (15.000–35.000 euro) een toegankelijke entry in de Panther-wereld. Het Panther Owners Club in het Verenigd Koninkrijk organiseert jaarlijks bijeenkomsten en biedt ondersteuning voor eigenaren.
Veelgestelde vragen over Panther Westwinds
Wanneer was Panther actief?
Panther West Winds Ltd was actief van 1972 tot 1980 onder Robert Jankel, en vervolgens van 1980 tot circa 1990 onder Koreaans eigendom (Young C. Kim). De totale productieperiode beslaat circa achttien jaar.
Hoeveel Panther-auto’s zijn er gebouwd?
Over alle modellen samen: circa 3.000 exemplaren, met de Kallista als meest geproduceerde model (circa 1.600 stuks). De J72 (circa 370) en De Ville (circa 60) zijn de zeldzaamste.
Welke motoren gebruikte Panther?
De J72 en De Ville gebruikten Jaguar-motoren (XK 3.8/4.2 zescilinder, V12 5.3 liter). De Lima gebruikte een Vauxhall 2.3-liter viercilinder. De Kallista gebruikte Ford-motoren (1.6 viercilinder en 2.8 V6 Cologne). De Panther Six had een Cadillac 8.2-liter V8 twin-turbo.
Is Panther een Brits of Amerikaans merk?
Panther Westwinds is een Brits merk, gevestigd in Byfleet, Surrey. Er is geen Amerikaans automerk met de naam Panther dat personenwagens produceerde.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










