Pegaso Automerk Geschiedenis: Ontstaan, Evolutie & Legenda

Esmee Koster

Geupdate op:

Pegaso Z-102 Spaanse sportwagen
Je leest dit artikel in 3 minuten

Pegaso is een van de minst bekende maar meest fascinerende namen in de Europese autogeschiedenis. Het Spaanse merk produceerde van 1951 tot 1958 een handvol uitzonderlijk geavanceerde sportwagens die qua techniek hun Italiaanse en Britse rivalen evenaarden of overtrof. Naast die sportwagens was Pegaso primair een fabrikant van vrachtwagens en bussen — een combinatie die het merk uniek maakt in de naoorlogse autoindustrie.

Van ENASA naar Pegaso

De Empresa Nacional de Autocamiones S.A. (ENASA) werd in 1946 opgericht in Barcelona op de fundamenten van de vooroorlogse Hispano-Suiza-fabrieken. ENASA richtte zich aanvankelijk op de productie van bussen en vrachtwagens voor het Spanje van de naoorlogse wederopbouw. De directeur was Wilfredo Ricart, een Spaans ingenieur die eerder bij Alfa Romeo had gewerkt en een sterke reputatie had in motorsport en haute techniek.

Ricart overtuigde de ENASA-directie dat het merk een prestige-sportwagenproject kon starten om de technische reputatie van het bedrijf te versterken en de Spaanse ingenieurskunst internationaal op de kaart te zetten. Zo ontstond de Pegaso-sportwagentak, vernoemd naar Pegasus, het gevleugelde paard uit de Griekse mythologie.

Pegaso Z-102 (1951–1958)

De Z-102 was het enige Pegaso-sportwagenmodel en ontegenzeggelijk een van de meest ambitieuze productieauto’s van de vroege jaren vijftig. Technische hoogtepunten:

  • Motor: V8 van 2.5, 2.8 of 3.2 liter, DOHC met 32 kleppen. Beschikbaar met één, twee of vier carburateurs, of met compressor (supercharger).
  • Vermogen: van 165 pk (basisversie) tot meer dan 300 pk in de gecomprimeerde raceconfiguratie.
  • Transmissie: vijfversnellingsbak achterin geplaatst (transaxle), voor betere gewichtsverdeling.
  • Chassis: stalen buizenchassis, onafhankelijke wielophanging rondom — exceptioneel voor die tijd.
  • Carrosserie: ontworpen door Touring van Milaan of Saoutchik van Parijs, afhankelijk van de bestelling.

In 1953 vestigde een Pegaso Z-102 een snelheidsrecord op de autoroute nabij Montlhéry in Frankrijk: 243,179 km/u over de vliegende kilometer. Daarmee claimde Pegaso tijdelijk de titel van snelste productieauto ter wereld, een claim die door Ferrari en Jaguar werd betwist maar technisch gefundeerd was.

Productie en prijsstelling

De Z-102 was extreem duur en werd in kleine aantallen geproduceerd. Schattingen lopen uiteen, maar het gaat vermoedelijk om 86 tot 125 exemplaren in totaal. De prijs lag ver boven die van vergelijkbare Ferrari-modellen en was voor de meeste Europeanen volstrekt onbereikbaar.

ENASA bouwde de auto’s grotendeels met de hand in de Sagrera-fabriek in Barcelona. Elk exemplaar was in zekere zin individueel aangemaakt, wat de variatie tussen voertuigen groot maakte.

Einde van de sportwagen-activiteiten

In 1958 stopte Pegaso met de productie van sportwagens. De commerciële levensvatbaarheid was gering — in zeven jaar werden er slechts maximaal 125 exemplaren verkocht — en de prioriteit van ENASA lag bij de winstgevende vrachtwagens en bussen. Ricart verliet het bedrijf in 1957.

ENASA bleef als vrachtwagenfabrikant actief. Het werd in 1990 overgenomen door IVECO, de vrachtwagentak van Fiat. De naam Pegaso werd gecontinueerd op vrachtwagens tot de jaren negentig.

Collectorswaarde

Pegaso Z-102’s zijn uiterst zeldzame en waardevolle collector’s items. Op grote autoveilingen wisselen ze voor bedragen van twee tot vijf miljoen euro van eigenaar, afhankelijk van de carrosserie en de staat. Het Museo Nacional de la Ciencia y Tecnología in Madrid bewaart meerdere exemplaren.

Veelgestelde vragen over Pegaso

Wie ontwierp de Pegaso Z-102?

De technische ontwikkeling was onder leiding van Wilfredo Ricart. De carrosserieën werden ontworpen door externe studibureaus: Touring (Milaan) verzorgde de meeste Berlinetta-koetswerken, Saoutchik (Parijs) de meest exotische varianten.

Hoeveel Pegaso Z-102’s zijn er gebouwd?

Schattingen lopen uiteen van 86 tot 125 exemplaren. De precieze productieadministratie is niet volledig bewaard gebleven.

Was Pegaso echt de snelste auto van zijn tijd?

In 1953 vestigde een Pegaso het snelheidsrecord voor productieauto’s op 243 km/u. Ferrari betwistte de claim, maar de technische specificaties van de Z-102 ondersteunen de bewering dat het een van de snelste productieauto’s ter wereld was in die jaren.

Zijn Pegaso-auto’s te zien in musea?

Ja. Het Museo Nacional de la Ciencia y Tecnología in Madrid en het Automobilmuseum in Mulhouse (Frankrijk) hebben elk exemplaren in hun collectie.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.

Geef een reactie