Prince: twee automerken, één naam
De naam Prince is in de autogeschiedenis met twee verschillende merken verbonden. Ten eerste bestond er een Nederlandse Prince, een bescheiden initiatief uit de jaren vijftig. Ten tweede was er de Japanse Prince Motor Company, een serieuze fabrikant die later werd opgeslokt door Nissan. Beide merken verdienen aandacht, al zijn ze in niets verwant en opereerden ze in volkomen verschillende contexten.
Prince Motor Company: de Japanse tak
De Japanse Prince Motor Company werd opgericht in 1952, voortkomend uit Tama Electric Cars, dat zichzelf had omgevormd tot een fabrikant van benzinewagens. De naam Prince verwees naar de Japanse kroonprins. Het bedrijf vestigde zich snel als fabrikant van degelijke en relatief geavanceerde personenwagens voor de Japanse markt.
Het bekendste model was de Prince Skyline, geïntroduceerd in 1957. De Skyline werd in de loop der jaren een begrip in Japan, niet alleen als comfortabele gezinswagen maar later ook als sportief prestatievoertuig. In 1964 verscheen de Prince Skyline GT, een reactie op de komst van de Ferrari bij een race op het Nürburgring-circuit. Dat de auto het moest afleggen tegen de Ferrari was niet verrassend, maar de ambitie sprak boekdelen.
Andere Prince-modellen uit Japan
- Prince Gloria (1959): een luxe sedan gericht op de hogere markt, met een ruim interieur en goede afwerking voor zijn tijd
- Prince Skyline Sport (1962): een coupé-variant met stijlvol Italiaans geïnspireerd ontwerp door Michelotti
- Prince Skyline 2000GT (1965): met een 2,0 liter zescilinder motor, technisch al ver gevorderd
- Prince Clipper (1961): een lichte bestelwagen voor commercieel gebruik
De overname door Nissan in 1966
In 1966 fuseerde Prince Motor Company met Nissan. Dat was het einde van het zelfstandige merk, maar niet van zijn nalatenschap. De Prince Skyline-lijn bleef onder Nissan-vlag doorleven en groeide uit tot de befaamde Nissan Skyline, later ook bekend als de GT-R. De ingenieurs en technologie van Prince droegen bij aan enkele van de meest gerespecteerde Japanse sportwagens uit de jaren zeventig en tachtig.
Nederlandse Prince-auto’s
In Nederland dook in de jaren vijftig ook een initiatief op onder de naam Prince. Het betrof een kleine, zuinige stadsauto die op de markt gebracht werd in een periode dat er in Europa veel experimentele microauto’s verschenen. De Nederlandse Prince was bescheiden van opzet en productieaantallen. Vergelijkbaar met merken als Goggomobil, Isetta en de Nederlandse Daffodil-voorganger richtte het zich op betaalbaar stadsvervoer. De documentatie over dit Nederlandse initiatief is beperkt.
Vergelijking van beide Prince-merken
De Japanse Prince was een serieuze industriële onderneming met duizenden werknemers en een brede modellenrange. De Nederlandse Prince was een kleinschalig initiatief, typisch voor de naoorlogse periode waarin overal in Europa ondernemers probeerden in de vraag naar goedkoop vervoer te voorzien. Beide zijn interessant vanuit hun eigen context, maar de historische betekenis van de Japanse Prince is aanzienlijk groter.
Erfenis en invloed
De erfenis van de Japanse Prince leeft voort in de Nissan Skyline-lijn en in de motorsportgeschiedenis van Japan. De Prince-ingenieurs legden de basis voor de technische superioriteit die Japanse auto’s in de jaren zeventig en tachtig zouden demonstreren. Voor autoliefhebbers die van Japanse klassiekers houden, is de Prince-periode een fascinerende episode.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










