De naam René Bonnet is onlosmakelijk verbonden met een van de meest innovatieve hoofdstukken uit de Franse autogeschiedenis. Het kleine constructiebedrijf dat hij opbouwde — eerst in samenwerking met Charles Deutsch, daarna alleen — leverde auto’s die ver voor hun tijd lagen qua materiaalgebruik en technische keuzes. Uiteindelijk mondde dit alles uit in het merk Matra, dat de erfenis voortzette.
Deutsch-Bonnet: de samenwerking die alles begon
Voor René Bonnet zijn eigen merk oprichtte, werkte hij jarenlang samen met Charles Deutsch. Samen bouwden ze onder de naam DB (Deutsch-Bonnet) kleine, lichte sportwagens die bijzonder succesvol waren in de 24 uur van Le Mans in de kleinere cilinderklassen. De DB-auto’s gebruikten Panhard-chassis en -motoren en waren gekenmerkt door hun vezelglas carrosserieën — een materiaal dat DB zeer vroeg adopteerde.
De samenwerking eindigde in 1961 door zakelijke meningsverschillen. Deutsch zette DB voort als aero-constructeur; Bonnet begon opnieuw onder zijn eigen naam.
Automobiles René Bonnet: modellen en innovatie
René Bonnet richtte in 1962 zijn eigen bedrijf op: Automobiles René Bonnet, gevestigd in Champigny-sur-Marne. Het eerste en meest bekende model was de Bonnet Djet — uitgesproken als “Jet” — die in 1962 op de markt verscheen.
De Djet was een bijzonder auto om meerdere redenen:
- De motor was achterin geplaatst, achter de achteras — een zogenaamde mid-engine layout die in die periode zeldzaam was voor een straatauto.
- De carrosserie was volledig van vezelglas (glasvezel), wat het gewicht drastisch laag hield.
- De Djet wordt door autohistorici beschouwd als een van de eerste serieproductieauto’s met een echte mid-engine configuratie.
- De aandrijving was gebaseerd op Renault-Gordini componenten, met motoren van 1100 cc leverbaar in meerdere vermogensniveaus.
Naast de Djet presenteerde Bonnet ook de Missile, een meer strak gelijnd coupé-model dat minder succes boekte. De productieaantallen van alle Bonnet-modellen waren bescheiden; het bedrijf was klein en de financiering krap.
De overname door Matra
In 1964 liep Automobiles René Bonnet in ernstige financiële problemen. Matra — Mécanique Aviation TRAction, een defensie- en ruimtevaartbedrijf dat op zoek was naar civiele activiteiten — kocht het bedrijf op. De modellen werden voortgezet maar nu onder de naam Matra. De Djet bleef in productie als Matra Djet tot 1968.
Matra had de middelen en de ingenieurskennis om het concept van Bonnet verder te ontwikkelen. Onder Matra ontstonden vervolgens de:
- Matra 530: Een mid-engine Grand Tourisme coupé uit 1967-1973, aangedreven door een Ford V4-motor van 1,7 liter. De 530 had een ruimere cockpit en was meer gericht op comfort naast sportigheid.
- Matra Bagheera: Een unieke driezitter met naast elkaar geplaatste stoelen, aangeboden van 1973 tot 1980 via samenwerking met Simca/Chrysler France.
- Matra Murena: De opvolger van de Bagheera (1980-1983), ook een driezitter, met modernere lijnen en optioneel een 2,2 liter Talbot-Simca motor.
- Matra Rancho: Een volledig ander concept: een terreinwagen-geïnspireerde MPV op basis van de Simca 1100, gebouwd van 1977 tot 1984. Beschouwd als een vroeg voorbeeld van het crossover-concept.
Matra in de motorsport
Parallel aan de straatauto’s bouwde Matra een serieus motorsportprogramma. In de Formule 1 was Matra actief van 1966 tot 1972. Het hoogtepunt was 1969, toen Jackie Stewart wereldkampioen werd rijdend in een Matra MS80. Matra won ook driemaal de 24 uur van Le Mans: in 1972, 1973 en 1974.
Het einde van Matra als automerk
Na de Murena stopte Matra in 1983 met de productie van sportwagens. In de jaren negentig produceerde het bedrijf de Espace en de Avantime voor Renault als contractfabrikant, maar die werden verkocht onder de naam Renault. In 2003 beëindigde Lagardère Groep (de nieuwe eigenaar van Matra) de autoactiviteiten volledig.
Veelgestelde vragen over René Bonnet en Matra
Wat maakt de Bonnet Djet bijzonder?
De Djet uit 1962 was een van de eerste serieproductieauto’s ter wereld met een echte mid-engine layout. De carrosserie was van vezelglas, wat het gewicht laag hield.
Wat is het verschil tussen een Bonnet en een Matra?
René Bonnet bouwde zijn auto’s van 1962 tot 1964. Na de overname door Matra werden de modellen voortgezet en uitgebreid onder de naam Matra.
Welke Formule 1-successen had Matra?
Jackie Stewart werd in 1969 Formule 1-wereldkampioen rijdend in een Matra MS80. Matra won ook driemaal de 24 uur van Le Mans (1972, 1973, 1974).
Zijn er nog Bonnet of Matra-auto’s te koop?
Ja, occasioneel duiken er exemplaren op bij gespecialiseerde klassiekerhandelaren en veilinghuizen. De Djet en de 530 zijn gewilde collector’s items; de Bagheera en Murena zijn toegankelijker qua prijs.
Wat produceerde Matra na zijn sportwagens?
Matra produceerde als contractfabrikant de Renault Espace (1984-2002) en de Renault Avantime (2001-2003) voordat de autoactiviteiten volledig werden gestopt.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










