Savio Automerk Geschiedenis: Ontstaan, Evolutie & Jaren

Timo van Loon

Geupdate op:

Fiat 600 Savio Jungla 1965
Je leest dit artikel in 2 minuten

Savio: Turijnse carrosseriebouwer in de schaduw van de grote namen

Savio was een Italiaanse coachbuilder — een carrosseriebouwer — gevestigd in Turijn, het hart van de Italiaanse automobielindustrie. Het bedrijf was actief van 1919 tot in de vroege jaren zeventig en produceerde koetswerken op chassis van grote Italiaanse merken als Fiat, Lancia en Alfa Romeo. Savio behoorde tot de tweede rang van Turijnse carrosseriebouwers: niet zo beroemd als Pininfarina, Bertone of Ghia, maar wel degelijk en kwalitatief goed genoeg om gedurende decennia opdrachten van gevestigde fabrikanten te ontvangen.

De naam Savio is verbonden aan de gebroeders Savio, die het bedrijf oprichtten in de periode na de Eerste Wereldoorlog. Turijn had in die tijd al een sterke automobielcultuur dankzij de aanwezigheid van Fiat, dat in 1899 was opgericht en de stad had omgevormd tot het Italiaanse Detroit.

De activiteiten van Savio in de vroege decennia

In de jaren twintig en dertig leverde Savio carrosserieën voor de klantenkring die bij Fiat, Alfa Romeo of Lancia een chassis kocht en vervolgens zelf de carrosserie liet bouwen door een gekozen coachbuilder. Dit was in die periode gebruikelijk: fabrikanten leverden een rijdend chassis, en de koper selecteerde zijn eigen stijl via een coachbuilder. Savio leverde zowel gesloten salons als open toerwagens en cabrio’s.

De productievolumes van Savio waren nooit groot. Het bedrijf was een ambachtelijke werkplaats waar een team vakmannen per auto werkt aan het plaatwerk, de bekleding en de afwerking. Dit maakte de producten exclusief maar ook duur, wat de markt beperkte tot de welgestelde klasse.

De naoorlogse periode en samenwerking met Fiat

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het bedrijfsmodel van coachbuilders in Europa fundamenteel. Autofabrikanten begonnen steeds meer in eigen huis te ontwerpen en te produceren, wat de markt voor externe carrossiers kromp. Savio paste zich aan door grotere serieopdrachten te accepteren: het bouwen van speciale carrosserieën in kleine series voor fabrieksklanten.

Een van de bekendste samenwerkingen was de productie van Fiat-gebaseerde bestel- en ambulancevoertuigen. Savio leverde met name ambulancecarrosserieën op Fiat-chassis, een segment dat in de jaren vijftig en zestig commercieel interessant was voor coachbuilders die bereid waren zich te specialiseren in utilitaire toepassingen. Dit onderscheidde Savio van luxe-georiënteerde coachbuilders.

Ambulances en speciale voertuigen: de niche van Savio

De specialisatie in ambulances en bijzondere voertuigen gaf Savio een specifieke positie in de Italiaanse markt. Overheidsinstanties, ziekenhuizen en particuliere vervoersdiensten waren vaste klanten. De ambulancekarosserieën van Savio werden gebouwd op Fiat 1100, Fiat 1400 en latere Fiat-chassis en voldeden aan de functionele eisen van die periode.

Dit segment leverde stabielere inkomsten op dan de luxe personenwagen-markt, die gevoeliger was voor economische cycli. Savio bleef hierdoor actief in een periode dat veel van zijn concurrenten de deuren sloten of fuseerden met grotere bedrijven.

Het einde van de zelfstandige productie

In de vroege jaren zeventig stopte Savio als zelfstandige carrosseriebouwer. De toenemende automatisering in de autofabrieken, de opkomst van monocoque-carrosserieconstructies die geen externe koetswerker meer vereisten, en de consolidatie in de branche maakten het moeilijk voor kleine Turijnse ateliers om te overleven. Savio sloot zijn deuren zonder een spectaculair einde — zoals veel kleinere Italiaanse coachbuilders verdween het bedrijf geleidelijk uit het productieve leven.

Voor de autohistoricus is Savio een interessante casus van een Italiaans middelgroot atelier dat decennialang relevantie wist te behouden door flexibel in te spelen op de veranderende marktbehoeften, van luxerijtuigen naar utilitaire ambulances.

Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.

Geef een reactie