Reliant Scimitar: de Britse sportauto met glasvezel karakter
De Scimitar is een Brits sportautomerk dat zijn bestaan dankt aan Reliant, een fabrikant die normaal gesproken bekendstond om zijn driewielers. Maar met de Scimitar liet Reliant zien dat het ook serieuze sportwagens kon maken. Gebouwd met een glasvezelkoets op een stalen chassis, combineerde de Scimitar prestaties met een praktische kant die veel sportwagens destijds niet hadden. Koningin Anne van Engeland was jarenlang een enthousiaste rijder van de Scimitar GTE, wat het merk internationale bekendheid gaf.
De Scimitar GT: het begin in 1964
De eerste Scimitar was de GT, geïntroduceerd in 1964. Het was een compacte coupé met een stalen koets, aangedreven door een Ford-motor van 2,6 liter. De wagen was licht, wendbaar en bood goede prestaties. In 1966 verscheen een versie met de Ford Essex 3,0 liter V6-motor, wat de sportieve geloofwaardigheid verder versterkte. Het ontwerp was strak en functioneel, zonder overdreven versieringen.
Scimitar GTE: de sportieve estate die alles veranderde
De echte doorbraak was de Scimitar GTE, geïntroduceerd in 1968. Dit was een sportieve estate: een combinatie van een coupé en een stationwagen die in Engeland als “shooting brake” bekendstond. De GTE bood ruimte voor vier personen en had een achterklep voor praktisch gebruik, terwijl de rijprestaties vergelijkbaar bleven met een sportwagen. Dat was een unieke formule voor zijn tijd.
- SE4 (1968-1970): de eerste GTE-versie met Ford 3,0 liter V6-motor
- SE5 (1970-1975): verbeterde versie met betere wegligging en grotere kofferruimte
- SE5a (1975-1980): aanpassingen in carrosserie en interieur, aangedreven door Cologne V6
- SE6 (1980-1986): nieuwe grotere koets, modernere styling maar zwaarder dan de voorgangers
Scimitar SS1: een nieuwe start in 1984
In 1984 introduceerde Reliant de SS1, een open tweezitter roadster. Het ontwerp was radicaal anders dan de GTE: kleiner, speelser en gericht op een jongere doelgroep. De carrosserie was opnieuw van glasvezel. Diverse motoropties waren beschikbaar, waaronder een Ford 1,3 liter, een Ford 1,6 liter en later een Nissan 1,8 liter turbomotor. De turboveriant werd de SST en bood aanzienlijk meer vermogen. De SS1 werd tot 1990 geproduceerd.
Scimitar Sabre: de laatste poging
Na de SS1 volgde de Sabre, een verbeterde versie van de roadster die in 1992 verscheen. De Sabre had een verfijnder ontwerp en betere aandrijftechnologie, maar de productie bleef klein. Reliant kampte met financiële problemen en de Scimitar-lijn liep na een beperkt aantal exemplaren ten einde.
Glasvezel als bouwmateriaal
Een opvallend kenmerk van alle Scimitar-modellen is het gebruik van glasvezel voor de carrosserie. Dit materiaal maakte de auto’s lichter dan stalen alternatieven, maar vereiste ook gespecialiseerde reparatietechnieken. Glasvezel roest niet, wat een groot voordeel is voor het behoud van oude exemplaren. Veel Scimitars zijn daardoor in goede staat overgeleverd. De zeldzaamheid en de kwaliteit van bewaard gebleven exemplaren maken ze tegenwoordig gegeerde verzamelaars-objecten op Britse classic-car beurzen.
De Scimitar-club en hedendaagse liefhebbers
In het Verenigd Koninkrijk bestaat een actieve Scimitar Owners Club die evenementen organiseert, onderdelen bemiddelt en historisch onderzoek doet. Voor eigenaren van Scimitars is dit een essentieel netwerk, omdat reserveonderdelen voor sommige modellen moeilijk te vinden zijn. Het clubblad en de online forums bieden technische hulp en historische documentatie.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










