Tracta: de Franse pionier van voorwielaandrijving
Tracta is een van de opmerkelijkste namen in de vroege Franse autogeschiedenis — niet vanwege grote productieaantallen of commercieel succes, maar vanwege een technische innovatie die de hele auto-industrie zou beïnvloeden. Het merk introduceerde als een van de eerste ter wereld een functionele constante-velocity-koppeling voor voorwielaandrijving, een doorbraak die decennia later standaard zou worden in vrijwel elke personenwagen.
Oprichting en de man achter Tracta
Tracta werd opgericht door Jean-Albert Grégoire, een Franse ingenieur en jurist met een ongekende technische verbeeldingskracht. Grégoire ontwikkelde in de jaren twintig samen met Pierre Fenaille een systeem voor voorwielaandrijving waarbij de homokinetische koppeling (ook wel CV-koppeling of Tracta-koppeling) de kracht van de motor naar de voorwielen overbracht terwijl de wielen konden sturen. Dit was het centrale probleem dat fabrikanten had afgehouden van voorwielaandrijving: hoe stuur je met aangedreven wielen zonder verlies van vermogen en zonder schadelijke wrijving?
De Tracta-koppeling, gepatenteerd in 1926, was de oplossing. Ze werd het fundament waarop Grégoire zijn automerk bouwde en later andere fabrikanten hun voorwielaangedreven modellen zouden ontwikkelen.
Productieperiode en aantallen
Tracta produceerde auto’s van 1926 tot en met 1934. De productieaantallen waren bescheiden — in totaal werden er naar schatting tussen de 30 en 80 exemplaren gebouwd. Dit maakt Tracta tot een van de zeldzaamste vroege Franse automerken. De beperkte productie is te verklaren door de hoge kosten van handmatige vervaardiging, de technische complexiteit van het voortaandrijfsysteem en de beperkte financiële middelen van Grégoires onderneming.
De Tracta modellen in detail
Tracta bouwde meerdere varianten op basis van een doorlopende technische filosofie: lichtgewicht carrosserie, lage zwaartepuntligging en voorwielaandrijving via de Tracta-koppeling. De motoren waren doorgaans ingekocht van Sergant of SCAP, kleine Franse motorenspecialisten die blokken leverden van 1.1 tot 2.0 liter inhoud.
Vroege open tourwagens
De vroegste Tracta-modellen hadden een open carrosserie — een lichte sportwagen met twee zitplaatsen. De karosserieën waren strak en laag, typisch voor de sportieve esthetiek van de late jaren twintig. Het gewicht werd bewust laag gehouden om de prestaties van de bescheiden motoren te maximaliseren.
Gesloten en tweedeurs varianten
Naarmate de productie vorderde, experimenteerde Tracta ook met gesloten carrosserieën. Coupé-varianten verschenen in kleine oplages, gericht op een klantenkring die meer comfort verlangde dan de open sportmodellen boden. De technische basis — het chassis met de homokinetische koppeling — bleef ongewijzigd.
Racen en Tracta
Grégoire gebruikte motorsport om zijn technologie te demonstreren. Tracta-auto’s namen deel aan de 24 uur van Le Mans — indrukwekkend voor een zo klein bedrijf. In 1927 finishte een Tracta als winnaar in de klasse voor wagens tot 1.1 liter. In 1928 en 1929 verscheen Tracta opnieuw in Le Mans, waarmee het merk bewees dat voorwielaandrijving ook onder extreme omstandigheden functioneerde.
De Tracta-koppeling als industriële erfenis
Het grootste erfgoed van Tracta is niet de auto zelf maar de technologie achter de koppeling. Grégoire licentieerde zijn Tracta-koppeling aan andere fabrikanten. Citroën gebruikte de technologie als basis voor zijn befaamde Traction Avant uit 1934, de eerste massageproduceerde voorwielaangedreven personenwagen. Dat model veranderde de automobielwereld en de principetechnologie was van Tracta.
Latere CV-koppelingen — waaronder de rzeppa-koppeling en de tripode-koppeling die vandaag in bijna elke auto zitten — zijn in technische zin verwant aan het werk van Grégoire, al verschilden de mechanische uitwerkingen. De homokinetische koppeling is het meest geciteerde technische erfgoed van Tracta in de ingenieursliteratuur.
Grégoire na Tracta
Jean-Albert Grégoire bleef ook na het einde van Tracta actief in de autowereld. Hij werkte aan vroege elektrische voertuigen — ook in dat opzicht een visionair — en publiceerde uitgebreid over automobieltechniek. Zijn autobiografie en technische publicaties zijn bronnen van informatie voor wie de geschiedenis van de Tracta en de bredere ontwikkeling van de voorwielaandrijving wil begrijpen.
Tracta-exemplaren zijn vandaag de dag te bewonderen in enkele gespecialiseerde automusea in Frankrijk. Ze zijn eigendom van particuliere verzamelaars of musea die zich richten op historisch significante technische prestaties. Een rijdend exemplaar bijwonen is een unieke ervaring — je kijkt letterlijk naar het rijdende bewijs van een technologie die de auto-industrie fundamenteel veranderde.
Tekst geoptimaliseerd in mei 2026.










